**(a).** Japan verklaart zich bereid onverwijld onderhandelingen te openen, teneinde met elk der Geallieerde Mogendheden verdragen of overeenkomsten te sluiten om hun handels-, maritieme en andere commerciële betrekkingen op een duurzame en vriendschappelijke basis te grondvesten.
**(b).** In afwachting van de sluiting van het betreffende verdrag of de betreffende overeenkomst zal Japan gedurende een periode van vier jaar vanaf de datum, waarop dit Verdrag voor het eerst in werking treedt
elk der Geallieerde Mogendheden, haar onderdanen, producten en schepen toestaan
de behandeling op voet van meestbegunstigde natie met betrekking tot douanerechten, kosten, beperkingen en andere regelingen van of in verband met de in- en uitvoer van goederen;
nationale behandeling met betrekking tot schepen, navigatie en ingevoerde goederen, en met betrekking tot natuurlijke- en rechtspersonen en hun belangen - waarbij een dergelijke behandeling alle aangelegenheden zal omvatten, welke betrekking hebben op het heffen en het innen van belastingen, het adiëren van de rechter, het sluiten en uitvoeren van contracten, recht op eigendom (lichamelijk en onlichamelijk), deelneming in rechtspersonen ingesteld krachtens de Japanse wet, en, in het algemeen, het leiden respectievelijk verrichten van alle soorten zaken en beroepswerkzaamheden;
waarborgen, dat de buitenlandse aan- en verkopen van Japanse staatshandelsondernemingen uitsluitend gebaseerd zullen zijn op commerciële overwegingen.
**(c).** Met betrekking tot elke aangelegenheid zal Japan echter slechts verplicht zijn een Geallieerde Mogendheid in die mate nationale behandeling of een behandeling van meestbegunstigde natie te verlenen, als de betrokken Geallieerde Mogendheid nationale behandeling of behandeling van de meestbegunstigde natie, al naar het geval zich voordoet, met betrekking tot diezelfde aangelegenheid aan Japan verleent. De wederkerigheid bedoeld in de voorgaande zin zal worden bepaald, in het geval van goederen, schepen en rechtspersonen van, en personen woonachtig in, enig niet tot het moederland behorend grondgebied van een Geallieerde Mogendheid, en in het geval van rechtspersonen van, en personen woonachtig in, enige staat of provincie van een Geallieerde Mogendheid, welke een bondsregering heeft, door de behandeling, welke Japan ten deel valt in zulk een gebied, staat of provincie.
**(d).** Bij de toepassing van dit artikel zal een discriminerende maatregel niet beschouwd worden als een afwijking van het toekennen van nationale behandeling of behandeling van meestbegunstigde natie, al naar het geval zich voordoet, indien zulk een maatregel gebaseerd is op een uitzondering, welke gewoonlijk wordt opgenomen in de handelsverdragen van de partij, die een dergelijke maatregel toepast, of op de noodzakelijkheid om de buitenlandse financiële toestand of betalingsbalans (uitgezonderd wat betreft schepen en navigatie) van die partij te beschermen, of op de noodzakelijkheid om haar wezenlijke veiligheidsbelangen te handhaven, en onder voorbehoud, dat een dergelijke maatregel in overeenstemming is met de omstandigheden en niet wordt toegepast op een willekeurige of onredelijke wijze.
**(e).** Japans verplichtingen krachtens dit Artikel zullen niet worden aangetast door het uitoefenen van enig Geallieerd recht krachtens Artikel 14 van dit Verdrag; evenmin zullen de bepalingen van dit Artikel beschouwd worden als een beperking te vormen van de verplichtingen, welke Japan krachtens Artikel 15 van dit Verdrag op zich neemt.
HOOFDSTUK IV
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juni 1952