**(a).** Erkend wordt, dat Japan herstelbetalingen behoort te verrichten aan de Geallieerde Mogendheden voor de schade en het leed, dat het gedurende de oorlog heeft veroorzaakt. Niettemin wordt eveneens erkend, dat de middelen van Japan momenteel niet toereikend zijn om, indien het een levensvatbare economie wil handhaven, volledige herstelbetaling te verrichten voor alle zodanige schade en leed, en tegelijkertijd zijn andere verplichtingen na te komen.
Daarom
zal Japan onverwijld onderhandelingen openen met die Geallieerde Mogendheden, die zulks wensen, wier huidig grondgebied door Japanse strijdkrachten werd bezet en beschadigd, ten einde door de beschikbaarstelling van de diensten van het Japanse volk voor de productie, berging en ander werk ten behoeve van de betrokken Geallieerde Mogendheden bij te dragen die landen schadeloos te stellen voor de kosten van het herstel van de aangerichte schade. Zulke regelingen zullen vermijden dat andere Geallieerde Mogendheden verdere aansprakelijkheden worden opgelegd, en in gevallen waar de bewerking van grondstoffen vereist is, zullen deze door de betrokken Geallieerde Mogendheden geleverd worden, zodat Japan geen lasten zullen worden opgelegd op het gebied van de buitenlandse valuta.
Behoudens de bepalingen van onderstaand lid (II) zal elk der Geallieerde Mogendheden het recht hebben in beslag te nemen, terug te houden, te liquideren of op andere wijze te beschikken over alle eigendommen, rechten en. belangen van
Japan en Japanse onderdanen,
personen, die optreden voor of namens Japan of Japanse onderdanen, en
lichamen in eigendom van of bestuurd door Japan of Japanse onderdanen,
die op het ogenblik, waarop dit Verdrag voor het eerst in werking trad, onderworpen waren aan haar rechtsmacht. De eigendom, de rechten en belangen vermeld in dit lid omvatten tevens die eigendommen, rechten en belangen, die nu geblokkeerd zijn, genaast of in het bezit of onder bestuur van autoriteiten in Geallieerde Landen belast met het beheer van vijandelijk vermogen en die behoorden aan of gehouden of bestuurd werden namens een van de personen of lichamen genoemd onder (a), (b) of (c) hierboven, ten tijde dat zodanige bezittingen onder het beheer van zodanige autoriteiten kwamen.
Het volgende zal worden uitgezonderd van het recht vermeld in lid (I) hierboven:
eigendommen van Japanse natuurlijke personen, die tijdens de oorlog met toestemming van de betrokken Regering woonden op het grondgebied van een der Geallieerde Mogendheden, anders dan door Japan bezet grondgebied, behalve eigendom, gedurende de oorlog onderworpen aan beperkingen en niet ontheven van zodanige beperkingen met ingang van de datum, waarop dit Verdrag voor het eerst in werking treedt;
alle onroerende goederen, meubilair en vaste inventaris in Japanse eigendom en gebruikt voor diplomatieke of consulaire doeleinden, en al het privé-meubilair en woninginstallaties en ander privé-eigendom, welke niet het karakter hebben van geldbelegging en die normaal nodig waren voor het doen functioneren van diplomatieke en consulaire diensten, in eigendom van Japans diplomatiek en consulair personeel;
eigendom, behorend aan godsdienstige lichamen of particuliere liefdadige instellingen en uitsluitend gebruikt voor godsdienstige of liefdadige doeleinden;
eigendom, rechten en belangen, die onder zijn jurisdictie gekomen zijn tengevolge van de hervatting van de handels- en financiële betrekkingen na 2 September 1945, tussen het betrokken land in Japan, behalve die, welke het gevolg zijn van transacties strijdig met de wetten van de betrokken Geallieerde Mogendheid;
verplichtingen van Japan of Japanse onderdanen, ieder recht, titel of belang ten aanzien van lichamelijke goederen, welke zich in Japan bevinden, belangen in ondernemingen georganiseerd volgens de Japanse wetten of alle documenten ten bewijze daarvan; onder voorwaarde, dat deze uitzondering alleen zal gelden voor verplichtingen van Japan en zijn onderdanen, welke luiden in Japanse valuta.
Eigendom als bedoeld in de uitzonderingen (i) tot en met (v) hierboven zal worden teruggegeven tegen betaling van een redelijke vergoeding voor onkosten gemaakt voor het bewaren en beheren ervan. Indien zodanige eigendom geliquideerd mocht zijn dan zal in plaats daarvan de opbrengst worden gerestitueerd.
Het recht eigendom in beslag te nemen, terug te houden, te liquideren of er op andere wijze over te beschikken als bepaald in lid (I) hierboven zal worden uitgeoefend in overeenstemming met de wetten van de betrokken Geallieerde Mogendheid, en de eigenaar zal alleen die rechten hebben, welke hem door die wetten worden toegekend.
de Geallieerde Mogendheden stemmen erin toe Japanse handelsmerken en literaire en artistieke eigendomsrechten te behandelen op een wijze, welke voor Japan zo gunstig is als onder de in elk land bestaande omstandigheden mogelijk is.
**(b).** Behalve wanneer in dit Verdrag anders is bepaald doen de Geallieerde Mogendheden afstand van alle eisen tot schadevergoeding van de Geallieerde Mogendheden, andere vorderingen van de Geallieerde Mogendheden en haar onderdanen voortspruitende uit handelingen, verricht door Japan en zijn onderdanen in de loop van de oorlogvoering, en vorderingen van de Geallieerde Mogendheden voor directe militaire bezettingskosten.
HOOFDSTUK V
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juni 1952