Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 1960

1. Vaartuigen en luchtvaartuigen waarvoor een document van tijdelijke invoer is afgegeven, mogen voor hun persoonlijk gebruik worden gebezigd door personen die door degene op wiens naam dit document is gesteld behoorlijk zijn gemachtigd, mits deze personen hun normale verblijfplaats hebben buiten het land van invoer en zij voldoen aan de overige in deze Overeenkomst voorziene voorwaarden. De douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen hebben het recht bewijzen te vorderen, dat deze personen behoorlijk zijn gemachtigd door degene op wiens naam het document is gesteld en voldoen aan de bovengenoemde voorwaarden. Indien de verstrekte bewijzen hun niet voldoende voorkomen, kunnen de douaneautoriteiten weigeren dat de vaartuigen en luchtvaartuigen in hun land worden gebruikt onder dekking van de bedoelde documenten. Betreft het gehuurde vaartuigen en luchtvaartuigen, dan kan elke Overeenkomstsluitende Partij vorderen dat de huurder aanwezig is bij de invoer van het vaartuig of luchtvaartuig. 2. Ondanks de bepalingen van het vorige lid, kunnen de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen onder de door hen te stellen voorwaarden toestaan, dat de bemanning van een vaartuig of luchtvaartuig waarvoor een document van tijdelijke invoer is afgegeven, bestaat uit personen die hun normale verblijfplaats hebben in het land waar het vaartuig of luchtvaartuig is ingevoerd, in het bijzonder indien de bemanning handelt voor rekening en in opdracht van degene op wiens naam het document van tijdelijke invoer is gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel