Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 1960

1. De vaartuigen of luchtvaartuigen vermeld in de documenten van tijdelijke invoer moeten, afgezien van de normale slijtage, in dezelfde staat weder worden uitgevoerd binnen de geldigheidsduur van die documenten. In geval van gehuurde vaartuigen of luchtvaartuigen hebben de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen het recht te vorderen, dat het vaartuig of luchtvaartuig weder wordt uitgevoerd, zodra de huurder het land van tijdelijke invoer verlaat. 2. Dat de wederuitvoer heeft plaatsgehad, blijkt uit de omstandigheid dat het document van tijdelijke invoer op regelmatige wijze voor uitvoer is afgetekend door de douaneautoriteiten van het land waar het vaartuig of luchtvaartuig tijdelijk werd ingevoerd. 3. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen echter de zuivering van het voor een luchtvaartuig afgegeven document van tijdelijke invoer afhankelijk stellen van het bewijs dat het toestel in het buitenland is aangekomen.

Rechtspraak bij dit artikel