**1.** De in artikel 12 neergelegde verplichting tot wederuitvoer geldt niet ten aanzien van vaartuigen en luchtvaartuigen welke ernstig beschadigd zijn ten gevolge van een ongeval, waarvan op afdoende wijze wordt aangetoond dat het heeft plaatsgehad, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, de vaartuigen of luchtvaartuigen
ofwel worden onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd;
ofwel vrij van alle kosten worden afgestaan ten gunste van de Schatkist van het land waar zij tijdelijk werden ingevoerd;
ofwel op kosten van belanghebbenden onder ambtelijk toezicht worden vernietigd, in welk geval het afval en de overgebleven onderdelen zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd.
**2.** Indien een vaartuig of luchtvaartuig dat tijdelijk is ingevoerd, niet weder kan worden uitgevoerd als gevolg van inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer binnen de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer opgeschort voor de duur van het beslag.
**3.** Van de gevallen waarin de douaneautoriteiten vaartuigen of luchtvaartuigen waarvoor de aansprakelijke organisaties documenten van tijdelijke invoer hebben afgegeven, in beslag hebben genomen of hebben doen nemen, dan wel daarop beslag hebben gelegd of doen leggen, geven zij voor zover mogelijk kennis aan die organisaties. Zij doen voorts mededeling aan bedoelde organisaties van de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen.
HOOFDSTUK V
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 25 oktober 1960