**1.** Hierbij wordt een „Fonds voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed”, hierna te noemen „het Fonds”, ingesteld.
**2.** Het Fonds bestaat uit funds-in-trust ingesteld in overeenstemming met het Financieel Reglement van UNESCO.
**3.** De middelen van het Fonds bestaan uit:
bijdragen van staten die partij zijn;
fondsen die door de Algemene Conferentie van UNESCO voor dit doel worden toegewezen;
bijdragen, giften of legaten die afkomstig kunnen zijn van:
andere staten;
organisaties en programma’s van het systeem van de Verenigde Naties, met name het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, alsmede andere internationale organisaties;
publieke of private instellingen of individuen;
enige verschuldigde rente op de middelen van het Fonds;
ingezamelde fondsen en opbrengsten van evenementen die ten behoeve van het Fonds zijn georganiseerd;
alle andere middelen die zijn toegestaan krachtens het reglement van het Fonds, dat door het Comité zal worden opgesteld.
**4.** De middelen worden door het Comité ingezet op basis van door de Algemene Vergadering bepaalde richtlijnen.
**5.** Het Comité mag bijdragen en andere vormen van bijstand aanvaarden voor algemene en specifieke doelen die met specifieke projecten verband houden, op voorwaarde dat deze projecten door het Comité zijn goedgekeurd.
**6.** Geen politieke, economische of andere voorwaarden die onverenigbaar zijn met de doelstellingen van dit Verdrag, mogen worden verbonden aan bijdragen aan het Fonds.
Hoofdstuk VI
Artikel 25
Aard en middelen van het Fonds
Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2012