Naar hoofdinhoud

DEEL IV

Artikel 22

Werving en arbeidsbemiddeling

Onderdeel van Verdrag betreffende werk in de visserijsector· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 december 2020

1. Elk Lid dat een publieke wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst voor vissers exploiteert, waarborgt dat de dienstverlening deel uitmaakt van of wordt afgestemd met een publieke werkgelegenheidsinstantie voor alle werknemers en werkgevers. 2. Particuliere wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten voor vissers, die actief zijn op het grondgebied van een Lid, doen dat in overeenstemming met een gestandaardiseerd systeem van vergunningen of certificering of andere vorm van regulering, dat slechts na overleg wordt ingesteld, gehandhaafd of aangepast. 3. Elk Lid neemt wet- en regelgeving of andere maatregelen aan: die wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten verbieden middelen, procedures of lijsten te gebruiken die zijn bedoeld om vissers te verhinderen of te ontmoedigen werk aan te nemen; die bepalen dat kosten of andere heffingen voor de werving of bemiddeling van vissers direct of indirect, geheel of gedeeltelijk niet voor rekening van de vissers mogen komen; en waarin de voorwaarden worden vastgesteld waaronder de vergunning, de certificering of een andere machtiging van een particuliere wervings- en arbeidsbemiddelingsdienst kan worden opgeschort of ingetrokken bij inbreuken op de desbetreffende wet- of regelgeving; en de voorwaarden worden omschreven waaronder particuliere wervings- en arbeidsbemiddelingsdiensten kunnen opereren. 4. Een Lid dat het Verdrag betreffende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997 (nr. 181) heeft bekrachtigd, kan bepaalde verantwoordelijkheden die voortvloeien uit dit Verdrag toekennen aan particuliere uitzendbureaus die de in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van dat verdrag bedoelde diensten verlenen. De onderscheiden verantwoordelijkheden van dergelijke particuliere uitzendbureaus en van de scheepsbeheerders van vissersvaartuigen, die optreden als „inlener” voor de toepassing van dat verdrag worden vastgesteld en toegekend zoals voorzien in artikel 12 van dat verdrag. Deze Leden nemen wet- en regelgeving of andere maatregelen aan om te waarborgen dat de toekenning van de onderscheiden verantwoordelijkheden of verplichtingen uit hoofde van dit verdrag aan de particuliere uitzendbureaus die deze diensten verlenen en aan de „inlener” uit hoofde van dit Verdrag vissers niet belet een retentierecht op het vissersvaartuig uit te oefenen. 5. Onverminderd de bepalingen van het vierde lid is de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig aansprakelijk indien het particuliere uitzendbureau verzuimt zijn verplichtingen jegens een visser na te komen, voor wie in het kader van het Verdrag betreffende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997 (nr. 181) de scheepsbeheerder van het vissersvaartuig de „inlener” is. 6. Niets in dit Verdrag wordt geacht een Lid de verplichting op te leggen de exploitatie van particuliere uitzendbureaus, als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, voor zijn visserij toe te staan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel