Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 september 1952

1. De inspecteurs van de arbeid zullen bevoegd zijn om maatregelen te nemen om gebreken, geconstateerd in een installatie, een inrichting of bij de arbeidsmethoden, ten aanzien waarvan zij een redelijke grond hebben om te veronderstellen, dat die een bedreiging voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers vormen, te verhelpen. 2. Teneinde het de inspecteurs mogelijk te maken om die maatregelen te nemen, zullen zij, behoudens het recht van beroep op een gerecht of een administratieve autoriteit, voorzien bij de nationale wetgeving, het recht hebben om te gelasten of te doen gelasten: a. dat binnen een vastgestelde termijn de veranderingen aan de installaties aangebracht worden, die noodzakelijk zijn om de strikte toepassing van de wettelijke bepalingen betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers te verzekeren; b. dat in gevallen van dreigend gevaar voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers onmiddellijk van kracht wordende maatregelen genomen worden. 3. Indien de procedure, voorgeschreven in het tweede lid, niet overeenkomt met de administratieve en gerechtelijke praktijk van het Lid, zullen de inspecteurs het recht hebben om zich tot de bevoegde autoriteiten te wenden, opdat deze bevelen ter zake geven of onmiddellijk van kracht wordende maatregelen nemen.

Rechtspraak bij dit artikel