Naar hoofdinhoud
(a). Behoudens bijzondere regelingen voorzien bij afzonderlijke Verdragen, in het bijzonder met betrekking tot grens- en seizoenarbeiders, genieten de indirect verzekerden van een arbeider of een daarmee gelijkgestelde onderdaan van een van de Verdragsluitende Partijen, die gewoonlijk verblijf houden op het grondgebied van een van de voornoemde Partijen, terwijl de arbeider werkzaam is binnen het grondgebied van een andere van deze Partijen, de uitkeringen in natura, ingevolge de wetgeving inzake sociale zekerheid van het land, waar zij verblijf houden en wel ten laste van de organen van dat land. In dat geval worden de verzekeringstijdvakken door de onderdaan in het land waar hij werkzaam is vervuld, gelijkgesteld met verzekeringstijdvakken, welke vervuld zijn in het land waar de rechthebbende verblijf houdt. (b). De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing in het geval waarin de indirect-verzekerde, voor wie de uitkeringen worden gevraagd, zijn gewone verblijfplaats in het land, waar deze aangevraagd wordt eerst gevestigd heeft na het ongeval of na de vermoedelijke datum van de conceptie.

Rechtspraak bij dit artikel