Naar hoofdinhoud
(a). Wanneer een Wederkerigheidsverdrag ophoudt van kracht te zijn, zal het onderhavige Verdrag ophouden van toepassing te zijn op de onderdanen van elk der beide Partijen ten opzichte van de Wederkerigheidsverdragen, welke bestaan tussen de ene Partij en een der andere Verdragsluitende Partijen. (b). In dat geval blijven de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op de verkregen rechten voor zover in het behoud van deze rechten is voorzien in het bedoelde Wederkerigheidsverdrag.

Rechtspraak bij dit artikel