**1.** Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „nacht” verstaan: een tijdruimte van ten minste twaalf achtereenvolgende uren.
**2.** Voor jeugdige personen beneden zestien jaar moet in die tijdruimte het tijdsverloop tussen tien uur 's avonds en zes uur ’s morgens begrepen zijn.
**3.** Voor jeugdige personen, die de leeftijd van zestien jaar bereikt hebben, doch beneden achttien jaar zijn, moet in die tijdruimte een tijdsverloop, door de bevoegde autoriteit vast te stellen, van ten minste zeven achtereenvolgende uren, liggende tussen tien uur 's avonds en zeven uur 's morgens, vallen; de bevoegde autoriteit kan verschillende tijdruimten voor verschillende streken, industrieën, ondernemingen of takken van industrieën of ondernemingen, voorschrijven, doch moet, vóórdat zij een tijdruimte na elf uur ’s avonds aanvangende vaststelt, de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties raadplegen.
DEEL I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag betreffende de nachtarbeid van jeudige personen in de nijverheid werkzaam· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1955