Elk lid van de Raad van Europa, dat een ernstige inbreuk maakt op de bepalingen van artikel 3, kan worden geschorst in zijn recht van vertegenwoordiging, en hem kan door het Comité van Ministers worden verzocht zijn Lidmaatschap op te zeggen overeenkomstig artikel 7. Indien dit Lid geen gehoor geeft aan dit verzoek, kan het Comité van Ministers besluiten, dat dit Lid heeft opgehouden Lid van de Raad te zijn met ingang van een door het Comité vast te stellen tijdstip.
HOOFDSTUK II
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Statuut van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 9 december 1974