Naar hoofdinhoud

DEEL I › HOOFDSTUK II

Artikel 10

Landing op douaneluchthaven

Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962

Behoudens de gevallen waarin op grond van de bepalingen van dit Verdrag of van een speciale vergunning, luchtvaartuigen zonder landing over het grondgebied van een Verdragsluitende Staat mogen vliegen, moet elk luchtvaartuig dat het grondgebied van een Verdragsluitende Staat binnenvliegt, indien de reglementen van die Staat zulks eisen, landen op een door die Staat aangewezen luchthaven voor douanecontrole en ander onderzoek. Bij vertrek uit het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, moet een zodanig luchtvaartuig vertrekken van een eveneens door die Staat aangewezen douaneluchthaven. Bijzonderheden omtrent alle aangewezen douaneluchthavens worden door de Staat bekendgemaakt en gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, opgericht krachtens Deel II van dit Verdrag, ter mededeling aan alle andere Verdragsluitende Staten.

Rechtspraak bij dit artikel