In ieder luchtvaartuig van een Verdragsluitende Staat gebruikt in de internationale luchtvaart moeten, in overeenstemming met de in dit Verdrag gestelde voorwaarden, de volgende bescheiden worden medegevoerd:
het bewijs van inschrijving;
het bewijs van luchtwaardigheid;
de vereiste bewijzen van bevoegdheid voor elk lid van de bemanning;
het journaal;
indien het is voorzien van een radio-installatie, de daarvoor vereiste vergunning;
indien het passagiers vervoert, een lijst van hun namen en de plaatsen van vertrek en van bestemming;
indien het lading vervoert, een manifest en een gespecificeerde verklaring omtrent de lading.
DEEL I › HOOFDSTUK V
Artikel 29
In luchtvaartuigen mede te voeren bescheiden
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962