Elke Verdragsluitende Staat kan met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag de route aanwijzen welke binnen zijn grondgebied door internationale luchtdiensten moet worden gevolgd en de luchthavens welke zodanige diensten mogen gebruiken.
Deel III › HOOFDSTUK XV
Artikel 68
Aanwijzing van routes en luchthavens
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962