Indien de Raad van oordeel is dat de luchthavens of andere luchtverkeersfaciliteiten van een Verdragsluitende Staat, radiodiensten en meteorologische diensten daaronder begrepen, niet redelijkerwijze voldoende zijn voor de veilige, regelmatige, doeltreffende en economische exploitatie van aanwezige of geprojecteerde internationale luchtdiensten, dan treedt de Raad in overleg met de onmiddellijk daarbij betrokken Staat alsook met andere belanghebbende Staten, met het doel middelen te vinden, waardoor de situatie kan worden verbeterd; de Raad kan ter zake aanbevelingen doen. Een Verdragsluitende Staat maakt zich niet schuldig aan inbreuk op dit Verdrag, indien hij in gebreke blijft, aan deze aanbevelingen gevolg te geven.
Deel III › HOOFDSTUK XV
Artikel 69
Verbetering van luchtverkeersfaciliteiten
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962