Geen luchtvaartuig dat zonder bestuurder kan vliegen, mag zonder bestuurder vliegen over het grondgebied van een Verdragsluitende Staat anders dan met de speciale vergunning van die Staat en overeenkomstig de voorwaarden verbonden aan een zodanige vergunning.
Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich te waarborgen dat de vlucht van zulk een luchtvaartuig zonder bestuurder in gebieden opengesteld voor burgerluchtvaartuigen zodanig wordt gecontroleerd, dat gevaar voor burgerluchtvaartuigen wordt voorkomen.
DEEL I › HOOFDSTUK II
Artikel 8
Onbemande luchtvaartuigen
Onderdeel van Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1962