**1.** De slaapverblijven moeten boven de uitwateringslijn midscheeps of achteruit zijn gelegen.
**2.** In bijzondere gevallen mag de bevoegde autoriteit als de grootte, het type of de beoogde dienst van het schip een andere ligging onredelijk of praktisch onmogelijk doet zijn, toestaan dat de slaapplaatsen vooruit zijn gelegen, maar nimmer voor het aanvaringsschot.
**3.** Op voorwaarde, dat voldoende maatregelen zijn getroffen voor verlichting en ventilatie, mag de bevoegde autoriteit toestaan, dat aan boord van passagiersschepen, de slaapverblijven onder de lastlijn, doch in geen geval onmiddellijk onder werkgangen zijn gelegen.
**4.** Het vloeroppervlak per persoon in slaapverblijven bestemd voor scheepsgezellen, mag niet minder zijn dan:
1.85 m2 aan boord van schepen van minder dan 800 ton;
2.35 mm2 aan boord van schepen van 800 ton en groter, doch kleiner dan 3000 ton.
2.78 mm2 aan boord van schepen van 3000 ton en groter met dien verstande, dat aan boord van passagiersschepen, indien meer dan vier scheepsgezellen in één verblijf zijn ondergebracht, de minimum oppervlakte per persoon 2.22 mm2 bedraagt.
**5.** Aan boord van schepen, waar zodanige groepen scheepsgezellen dienst doen, dat daardoor een groter aantal van hen dienst doet dan anders het geval zou zijn, mag de bevoegde autoriteit, ten aanzien van die groepen het minimum dekoppervlak per persoon van slaapverblijven verminderen, op voorwaarde, dat:
de totale slaapruimte, toegewezen aan de groep of groepen niet kleiner is dan zou zijn toegewezen, wanneer de aantallen niet zo zouden zijn uitgebreid;
het minimum vloeroppervlak van de slaapverblijven niet minder is dan (I) 1.67 mm2 per persoon aan boord van schepen met een bruto inhoud van minder dan 3000 ton; (II) 1.85 mm2 per persoon aan boord van schepen van 3000 ton of groter.
**6.** De ruimte ingenomen door kooi-, hang- en ladekasten en banken moet in het dekoppervlak worden medegemeten. Kleine of onregelmatig gevormde oppervlakten, die de beschikbare vrije ruimte niet daadwerkelijk vergroten en die niet gebruikt kunnen worden voor de plaatsing van meubilair, worden niet medegeteld.
**7.** De vrije hoogte in de slaapverblijven der bemanning moet tenminste 1.90 m bedragen.
**8.** Er moet een voldoende aantal slaapverblijven zijn om elke categorie van de bemanning de beschikking te geven over een afzonderlijk verblijf of afzonderlijke verblijven, met dien verstande, dat de bevoegde autoriteit aan boord van kleine schepen van dit voorschrift mag afwijken.
**9.** Het aantal personen, dat in een slaapverblijf mag worden ondergebracht, mag de volgende maxima niet overschrijden;
officieren, chef van dienst, stuurlieden en machinisten, hoofd van een zeewacht, en oudste radio-telegrafist: één persoon per verblijf;
andere officieren: zo mogelijk één persoon per verblijf en nimmer meer dan twee;
onderofficieren: één of twee personen per verblijf en nimmer meer dan twee;
overige scheepsgezellen: zo mogelijk twee of drie personen per verblijf, en nimmer meer dan vier.
**10.** Ter verzekering van een behoorlijke en meer comfortabele huisvesting kan de bevoegde autoriteit, na overleg met de organisaties van reders en/of de reders zelf en de erkende bona fide zeeliedenbonden, toestemming verlenen om ten hoogste tien scheepsgezellen per slaapgelegenheid te huisvesten, indien het bepaalde passagiersschepen betreft.
**11.** Het maximum aantal personen, dat in een slaapverblijf mag worden ondergebracht, moet onuitwisbaar en leesbaar worden aangegeven ergens in het verblijf waar het gemakkelijk gezien kan worden.
**12.** Elk lid van de bemanning moet over een eigen slaapplaats kunnen beschikken.
**13.** De slaapplaatsen mogen niet zodanig naast elkander zijn geplaatst, dat toegang tot de ene slaapplaats slechts over een andere kan worden verkregen.
**14.** Er mogen niet meer dan twee slaapplaatsen boven elkander worden opgesteld; indien slaapplaatsen langs het scheepsboord zijn aangebracht, is het verboden slaapplaatsen boven elkander aan te brengen ter plaatse waar een patrijspoort zich boven een slaapplaats bevindt.
**15.** De onderste slaapplaats moet, wanneer de slaapplaatsen twee hoog zijn opgesteld, niet minder dan 30 cm boven de vloer liggen; de bovenste slaapplaats moet ongeveer midden tussen de onderkant van de onderste slaapplaats en de onderkant van de dekbalken zijn opgesteld.
**16.** De minimum afmetingen van een slaapplaats moeten binnenwerks 190 bij 68 cm bedragen.
**17.** Het bedstel en eventueel de kooiplanken moeten vervaardigd zijn van goedgekeurd materiaal, dat hard moet zijn, niet gemakkelijk mag roesten en zonder openingen, waarin zich ongedierte kan nestelen.
**18.** Indien bedstellen, uit buizen vervaardigd, worden gebezigd, moeten deze buizen geheel gesloten zijn en geen openingen hebben, welke het ongedierte toegang verlenen.
**19.** Elke slaapplaats moet voorzien zijn van een spiraalbodem of springverenmatras en van een matras van goedgekeurd materiaal. Stro of ander materiaal, waarin zich gemakkelijk ongedierte kan nestelen, mag niet als vulsel worden gebruikt.
**20.** Wanneer een slaapplaats boven een andere is gelegen, moet een bodem, welke geen stof doorlaat, van hout, zeildoek of ander geschikt materiaal onder de springveren van een bovenkooi worden aangebracht.
**21.** Slaapverblijven moeten zo worden ontworpen en uitgerust, dat zij redelijk comfort voor de bewoners verzekeren en de netheid wordt bevorderd.
**22.** In de meubilering zal zijn begrepen een klerenkast voor elke bewoner. De kasten moeten een hoogte van ten minste 152 cm en een dwarsdoorsnede van ten minste 19.30 dm2 hebben en van een legplank en van lippen voor een hangslot zijn voorzien. De gebruiker moet voor het hangslot zorg dragen.
**23.** Elk slaapverblijf moet voorzien zijn van een tafel of lessenaar, die of vast, of neerklapbaar, dan wel uittrekbaar moet zijn, en van gemakkelijke zitgelegenheid naar behoefte.
**24.** De meubels moeten van glad, hard materiaal zijn vervaardigd, dat niet krom trekt of roest.
**25.** Voor elke bewoner moet een lade of overeenkomstige ruimte met een inhoud van ten minste 0.056 m3 beschikbaar zijn.
**26.** Slaapverblijven moeten zijn voorzien van gordijnen voor de patrijspoorten.
**27.** Slaapverblijven moeten met een spiegel, kleine bergplaatsen voor toiletbenodigdheden, een boekenrek en een voldoende aantal kleerhaken zijn uitgerust.
**28.** Voorzoveel dit praktisch uitvoerbaar is, moet het onderbrengen van de bemanning zo geschieden, dat de wachten afgescheiden zijn en vrije nachtgasten geen verblijf met wachtdoenden delen.
Abusievelijk geeft het Tractatenblad een wijzigingsopdracht voor het negende lid, onderdeel c in plaats van het negende lid, onderdeel d.
DEEL III
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (herzien), 1949· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 december 1958