**1.** Aan boord van alle schepen moeten voldoende eetverblijven beschikbaar zijn.
**2.** Aan boord van schepen van minder dan 1000 ton moeten afzonderlijke eetverblijven beschikbaar zijn voor:
de kapitein en de officieren;
de onderofficieren en de overige scheepsgezellen.
**3.** Aan boord van schepen van 1000 ton en groter moeten afzonderlijke eetverblijven zijn ingericht voor:
de kapitein en de officieren;
de onderofficieren en de overige scheepsgezellen van het dekpersoneel;
de onderofficieren en de overige scheepsgezellen, van het machinekamerpersoneel;
met dien verstande, dat:
één van de twee eetverblijven voor de onderofficieren en de overige scheepsgezellen mag worden toegewezen aan de onderofficieren en de andere aan de overige scheepsgezellen;
er slechts één eetverblijf behoeft te zijn voor de onderofficieren en de overige scheepsgezellen van het dek- en het machinekamerpersoneel in gevallen, dat de organisaties van reders en/of de reders zelf en de betreffende erkende bona fide zeeliedenbonden de voorkeur aan zulk een indeling geven.
**4.** Voor het civiel personeel moet er een behoorlijke gelegenheid zijn om te eten, hetzij in een afzonderlijk eetverblijf, hetzij door dit personeel het recht te geven de eetverblijven van de andere schepelingen te bezigen; aan boord van schepen van 5000 ton of meer, met meer dan 5 personen voor de civiele dienst, moet nagegaan worden of een afzonderlijk eetverblijf kan worden verschaft.
**5.** De afmetingen en de inrichting van elk eetverblijf moeten voldoende zijn voor het aantal personen, dat er waarschijnlijk gelijktijdig gebruik van zal maken.
**6.** Eetverblijven moeten voorzien zijn van tafels en goedgekeurde zitgelegenheden, voldoende voor het aantal personen, dat er waarschijnlijk gelijktijdig gebruik van zal maken.
**7.** De bevoegde autoriteit mag aan boord van passagiersschepen die afwijkingen van de bovengenoemde bepalingen voor eetverblijven toestaan als nodig zijn om aan bijzondere omstandigheden tegemoet te komen.
**8.** Eetverblijven moeten gescheiden zijn van de slaapverblijven en zo dicht als praktisch mogelijk bij de kombuis zijn gelegen.
**9.** Indien de eventueel aanwezige aanrechthutten niet rechtstreeks in verbinding staan met de eetverblijven, moet voorzien zijn in voldoende kastruimte voor het opbergen van eetgerei en in een geschikte gelegenheid voor het schoonmaken daarvan.
**10.** De tafeldekken en bovenkanten der zitgelegenheden moeten van vochtwerend materiaal, zonder barsten en gemakkelijk te reinigen, zijn vervaardigd.
DEEL III
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (herzien), 1949· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 december 1958