Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (herzien), 1949· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 december 1958

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: „schip”: een schip waarop het Verdrag van toepassing is; „ton”: bruto registerton; „passagiersschip”: een schip, waarvoor (I) een geldig veiligheidscertificaat krachtens het internationaal verdrag ter beveiliging van mensenlevens op zee of (II) een geldig passagierscertificaat is afgegeven; „officier”: een persoon, die krachtens de nationale wetgeving, of bij ontbreken daarvan bij collectieve arbeidsovereenkomst of volgens gewoonte wordt geacht de rang van officier te bekleden, met uitzondering van de kapitein; „scheepsgezel”: elk lid van de bemanning, met uitzondering van de officieren; „onderofficier”: een scheepsgezel, die dienst doet in een toezichthoudende functie of in een functie met bijzondere verantwoordelijkheid en die door de nationale wetgeving of bij ontbreken daarvan bij collectieve arbeidsovereenkomst of volgens gewoonte als onderofficier wordt beschouwd; „verblijven van de bemanning”: alle slaap- en eetverblijven en alle ruimten voor sanitaire doeleinden, ziekenverpleging en ontspanning, bestemd voor gebruik door de bemanning; „voorgeschreven”: hetgeen is voorgeschreven door de nationale wetgeving of door de bevoegde autoriteit; „goedgekeurd”: goedgekeurd door de bevoegde autoriteit; „opnieuw ingeschreven”: het geval, dat een in een land ingeschreven schip, onder gelijktijdige verandering van eigendom, in een ander land wordt ingeschreven.

Rechtspraak bij dit artikel