**1.** Slaap- en eetverblijven moeten doeltreffend worden geventileerd.
**2.** De ventilatie moet zodanig kunnen worden geregeld, dat de lucht in bevredigende toestand blijft en een voldoende luchtbeweging onder alle condities van weer en klimaat is verzekerd.
**3.** Schepen, welke geregeld worden gebezigd op reizen in de tropen en in de Perzische Golf, moeten zowel met mechanische ventilatiemiddelen als met electrische ventilatoren worden uitgerust, met dien verstande, dat slechts een van deze middelen behoeft te worden aangebracht in ruimten waar dit een voldoende ventilatie verzekert.
**4.** Schepen, welke buiten de tropen gebezigd worden, moeten of met mechanische ventilatiemiddelen of met electrische ventilatoren zijn uitgerust. De bevoegde autoriteit mag schepen, die normaal gebruikt worden in de koude streken van het Noordelijk of Zuidelijk halfrond, van deze verplichting vrijstellen.
**5.** Het vermogen, dat nodig is om de ventilatiemiddelen, voorgeschreven in de leden 3 en 4 aan te drijven, moet wanneer dit praktisch mogelijk is, beschikbaar zijn gedurende de gehele tijd, dat de bemanning aan boord woont of werkt en de omstandigheden dit vereisen.
DEEL III
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (herzien), 1949· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 december 1958