Naar hoofdinhoud
(1). Interest op obligaties, schuldbewijzen, pandbrieven, deposito's of terzake van enige andere vorm van schuldenaarschap (daaronder begrepen interest van vorderingen of obligaties, verzekerd door hypotheek op onroerende zaken), betaald aan een inwoner of een lichaam van een der Verdragsluitende Staten is vrijgesteld van belasting geheven door de andere Verdragsluitende Staat. De in dit lid bedoelde vrijstelling geldt slechts voor interest betaald met betrekking tot schuldtitels uitgegeven op of voor 15 oktober 1984 door een persoon van de Verenigde Staten aan een verbonden buitenlands lichaam waarin deze een meerderheidsbelang heeft, welk lichaam voor 15 oktober 1984 bestond en dat als voornaamste doelstelling had de uitgifte van schuldbrieven of het houden van kortlopende schuldbrieven en het uitlenen van de opbrengsten van deze schuldbrieven aan aangesloten (rechts)personen. (2). Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing indien de genieter van de interest een vaste inrichting in de andere Verdragsluitende Staat bezit en de vordering ter zake waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van de vaste inrichting behoort. In zodanig geval zijn de bepalingen van artikel III van toepassing. (3). Indien een interest, betaald door een persoon aan een met deze verbonden persoon, als omschreven in artikel IV, hoger is dan een billijke en redelijke vergoeding ter zake van de schuld waarvoor zij wordt voldaan, is het eerste lid van dit artikel slechts van toepassing op dat deel van de interest dat met zulk een billijke en redelijke vergoeding overeenkomt; de beoordeling van de aard van het daarboven uitgaande deel van de betaling en de belastingheffing hiervan geschiedt overeenkomstig de wetten van elk der Verdragsluitende Staten, met inbegrip van de bepalingen van dit Verdrag waar deze toepasselijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel