**(1).** De Verdragsluitende Staten nemen op zich elkander hulp en bijstand te verlenen bij de inning van de belastingen welke het onderwerp van dit Verdrag zijn, met inbegrip van interest, van kosten, van verhogingen van belasting en van boeten van niet-strafrechtelijke aard.
**(2).** In geval van verzoeken tot invordering van belastingen kunnen onherroepelijk vastgestelde belastingvorderingen van een der Verdragsluitende Staten door de andere Verdragsluitende Staat ter invordering worden aanvaard en in die Staat worden geïnd overeenkomstig de wetten welke van toepassing zijn voor de invordering en inning van zijn eigen belastingen. De aangezochte Staat zal niet gehouden zijn over te gaan tot maatregelen van executie waarvoor de wet van de verzoekende Staat geen voorziening inhoudt.
**(3).** Elk verzoek zal vergezeld gaan van bescheiden waaruit blijkt dat volgens de wetten van de verzoekende Staat de belastingen onherroepelijk zijn komen vast te staan.
**(4).** De hulp, bedoeld in dit Artikel zal niet verleend worden ten aanzien van de burgers, lichamen of andere eenheden van de aangezochte Staat, behalve voor zover zij nodig is om te verzekeren, dat de vrijstelling of het verlaagde tarief van de belasting volgens dit Verdrag aan zodanige burgers, lichamen en andere eenheden toegekend, niet zal worden genoten door personen die niet tot zodanige gunsten gerechtigd zijn.
Artikel XXII
Artikel XXII
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met betrekking tot belastingen van inkomsten en bepaalde andere belastingen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 1948