Naar hoofdinhoud
(1). In geen geval zullen de bepalingen van de Artikelen XXI en XXII dusdanig worden uitgelegd, dat zij een der Verdragsluitende Staten de verplichting opleggen (a) administratieve maatregelen te nemen, welke in strijd zijn met de voorschriften en het gebruik van een van beide der Verdragsluitende Staten, of (b) bijzonderheden te verstrekken, welke niet verkrijgbaar zijn volgens zijn eigen wetgeving of die van de verzoekende Staat. (2). De Staat aan welke een verzoek om inlichtingen of bijstand is gedaan zal zo spoedig mogelijk aan het gedane verzoek gevolg geven. Nochtans kan de bedoelde Staat weigeren aan een dergelijk verzoek te voldoen om redenen van openbaar beleid of indien inwilliging zou medebrengen de schending van een handels-, bedrijfsnijverheids- of beroepsgeheim of van een handwerks- of handelswerkwijze. In een dergelijk geval zal deze Staat de verzoekende Staat zo spoedig mogelijk inlichten.

Rechtspraak bij dit artikel