Naar hoofdinhoud
(1). Ingeval een belastingplichtige aantoont dat de handelwijze van de belastingautoriteiten van de Verdragsluitende Staten heeft geleid of zal leiden tot belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, heeft hij het recht zijn geval voor te leggen aan de Staat waarvan hij een Staatsburger of een inwoner is, of, indien de belastingplichtige een lichaam van een der Verdragsluitende Staten is, aan die Staat. (2). Indien de klacht van de belastingplichtige gegrond wordt geacht, zal de bevoegde autoriteit van de Staat aan welke de klacht is voorgelegd trachten met de bevoegde autoriteit van de andere Staat tot overeenstemming te komen, teneinde belastingheffing, welke niet in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag is, te vermijden. In het bijzonder kunnen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten tezamen overleg plegen om te trachten tot overeenstemming te komen over dezelfde toerekening van nijverheids- of handelsvoordelen aan een in een van de Staten gelegen vaste inrichting van een onderneming van de andere Staat, of over dezelfde toerekening van voordelen tussen verbonden ondernemingen als voorzien in artikel IV. Ingeval de bevoegde autoriteiten zulk een overeenstemming bereiken zal dienovereenkomstig door de Verdragsluitende Staten met betrekking tot deze inkomsten belasting worden geheven, en zal teruggaaf of verrekening van belasting worden toegestaan. Indien de belastingplichtige zich niet met hetgeen aldus is overeengekomen kan verenigen, mag de voorgaande zin niet dusdanig worden uitgelegd dat hem het recht wordt ontzegd om over de beslissing welke uit hetgeen is overeengekomen voortvloeit bij de gerechtelijke instanties in beroep te komen. (3). De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde de bepalingen van dit Verdrag uit te voeren. Ingeval enige moeilijkheid of twijfel rijst met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, zullen de bevoegde autoriteiten trachten de aangelegenheid zo snel mogelijk in onderling overleg te regelen.

Rechtspraak bij dit artikel