Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verdrag betreffende de organisatie van de dienst voor de werkgelegenheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 7 maart 1951

1. Wanneer het gebied van een Lid uitgestrekte streken bevat, waar tengevolge van het dun bevolkt zijn of tengevolge van de staat van hun ontwikkeling, de bevoegde autoriteit het ondoenlijk acht de bepalingen van het onderhavige verdrag toe te passen, kan zij bedoelde streken van de toepassing van het verdrag uitzonderen hetzij geheel, hetzij met de uitzonderingen, welke zij voor bepaalde inrichtingen of bepaalde werkzaamheden geschikt acht. 2. Elk Lid moet in zijn eerste jaarverslag over de toepassing van dit verdrag, in te dienen overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 van het Statuut der Internationale Arbeidsorganisatie, de streek aanduiden, waarvoor het zich voorstelt een beroep te doen op de bepalingen van dit artikel en moet de redenen opgeven, waarom het zich voorstelt op die bepalingen een beroep te doen. Daarna zal geen Lid een beroep kunnen doen op de bepalingen van dit artikel, behoudens voor zoveel betreft de streken, welke het Lid aldus zal hebben aangeduid. 3. Elk Lid dat een beroep heeft gedaan op de bepalingen van dit artikel, moet in zijn volgende jaarverslagen de streken aangeven, ten aanzien van welke het afstand doet van het recht om op bedoelde bepalingen een beroep te doen.

Rechtspraak bij dit artikel