Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Verdrag betreffende de organisatie van de dienst voor de werkgelegenheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 7 maart 1951

1. Voor zoveel betreft de gebieden, genoemd in artikel 35 van het Statuut der Internationale Arbeidsorganisatie, zoals dit is gewijzigd bij de akte van wijziging van het Statuut der Internatonale Arbeidsorganisatie 1946, behoudens de gebieden bedoeld in de leden 4 en 5 van dat aldus gewijzigde artikel, moet elk Lid van de Organisatie, dat dit verdrag bekrachtigt, zo spoedig mogelijk na zijn bekrachtiging aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau een verklaring doen toekomen, waarin het mededeelt: de gebieden, ten aanzien waarvan het zich verbindt, dat de bepalingen van het verdrag zonder wijziging worden toegepast; de gebieden, ten aanzien waarvan het zich verbindt, dat de bepalingen van het verdrag met wijzigingen worden toegepast en waarin die wijzigingen bestaan; de gebieden, waarop het verdrag niet toegepast kan worden en in die gevallen, de redenen, waarom het verdrag niet toegepast kan worden; de gebieden, ten aanzien waarvan het zich zijn beslissing voorbehoudt. 2. De verplichtingen, bedoeld onder a en b van het eerste lid van dit artikel, zullen geacht worden een integrerend deel van de bekrachtiging uit te maken en zullen dezelfde gevolgen hebben. 3. Elk Lid zal bij een nadere verklaring afstand kunnen doen van alle of een deel der voorbehouden neergelegd in zijn oorspronkelijke verklaring ingevolge het bepaalde onder b, c en d van het eerste lid van dit artikel. 4. Elk Lid zal op enig tijdstip, waarop dit verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 kan worden opgezegd, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring kunnen doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vroegere verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van bepaalde aangegeven gebieden uiteengezet wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel