Naar hoofdinhoud
1. Voor de toepassing van dit artikel worden goederen slechts geacht niet te zijn afgeleverd indien, na hun aankomst op de plaats van bestemming: de geadresseerde de goederen niet in ontvangst neemt uit hoofde van dit hoofdstuk op het tijdstip en de plaats als bedoeld in artikel 43; de partij met zeggenschap, de houder, de afzender of de documentaire afzender niet kan worden gevonden of geen passende instructies geeft aan de vervoerder uit hoofde van de artikelen 45, 46 en 47; de vervoerder gerechtigd of gehouden is aflevering te weigeren uit hoofde van de artikelen 44, 45, 46 en 47; het de vervoerder niet is toegestaan de goederen af te leveren aan de geadresseerde uit hoofde van de wet- of regelgeving van de plaats waar om de aflevering wordt verzocht; of de goederen anderszins niet door de vervoerder kunnen worden afgeleverd. 2. Onverminderd enige ander recht dat de vervoerder tegen de afzender, de partij met zeggenschap of de geadresseerde kan inroepen, kan de vervoerder, indien de goederen niet afgeleverd konden worden, voor rekening en risico van de persoon die recht heeft op de goederen, de maatregelen nemen met betrekking tot de goederen die de omstandigheden redelijkerwijs vergen, waaronder: het opslaan van de goederen op een geschikte plaats; het uitpakken van de containers of voertuigen indien de goederen zich daarin bevinden of het treffen van andere maatregelen, met inbegrip van het verplaatsen van de goederen; en het doen verkopen of vernietigen van de goederen in overeenstemming met de praktijk of de wet- of regelgeving van de plaats waar de goederen zich op dat tijdstip bevinden. 3. De vervoerder mag de rechten uit hoofde van het tweede lid van dit artikel uitsluitend uitoefenen nadat hij een redelijke kennisgeving heeft gedaan van de beoogde maatregel uit hoofde van het tweede lid van dit artikel aan de persoon die, in voorkomend geval, in de overeenkomstgegevens staat vermeld als de persoon die in kennis moet worden gesteld van de aankomst van de goederen op de plaats van bestemming en aan één van de volgende personen, in de aangegeven volgorde, mits deze bij de vervoerder bekend zijn: de geadresseerde, de partij met zeggenschap of de afzender. 4. Indien de goederen uit hoofde van het tweede lid, onderdeel c, van dit artikel worden verkocht, houdt de vervoerder de opbrengst van de verkoop onder zich ten behoeve van de persoon die recht heeft op de goederen, onder aftrek van eventuele door de vervoerder gemaakte kosten en eventuele overige bedragen die aan de vervoerder verschuldigd zijn in verband met het vervoer van de betreffende goederen. 5. De vervoerder is niet aansprakelijk voor verlies van of schade aan goederen dat of die optreedt gedurende de tijd dat zij overeenkomstig dit artikel niet zijn afgeleverd, tenzij de rechthebbende bewijst dat het verlies of de schade voortvloeit uit het verzuim van de vervoerder redelijkerwijs van hem te vergen maatregelen te nemen om de goederen te behouden en dat de vervoerder wist of had moeten weten dat het achterwege laten van dergelijke maatregelen tot het verlies van of de schade aan de goederen zou leiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel