Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK II

Artikel 27

Artikel 27

Onderdeel van Protocol nopens de verkeerstekens· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1964

1. Het teken nadering voorrangsweg (I, 22) wordt gebruikt om een bestuurder erop te wijzen, dat hij de doorgang voor zich langs moet vrijlaten voor voertuigen, gaande langs de weg, welke hij nadert. 2. Dit teken wordt op wegen zonder voorrang op passende afstand van het kruispunt aangebracht, welke afstand buiten bebouwde kommen ten hoogste 50 meter en daarbinnen ten hoogste 20 meter bedraagt. Het verdient aanbeveling op zulke wegen bovendien zo dicht mogelijk bij het kruispunt een teken, merk of streep aan te brengen, om aan te duiden, waar men zich moet opstellen. 3. Het teken I, 22 mag worden voorafgegaan door een vooraanduidingsteken, bestaande in het teken I, 22, aangevuld met een rechthoekig bord, waarop de afstand tot het kruispunt is aangegeven, zoals in figuur I, 22a, zulks in het bijzonder, wanneer er geen teken kruispunt (I, 7) is aangebracht. Wanneer zich nog andere kruisingen bevinden tussen het vooraanduidingsteken en de kruising met een voorrangsweg of hoofdverkeersweg wordt het vooraanduidingsteken na elk van deze andere kruisingen herhaald.

Rechtspraak bij dit artikel