Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK III

Artikel 28

Artikel 28

Onderdeel van Protocol nopens de verkeerstekens· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1964

1. De tot deze categorie behorende tekens geven een verbod of een gebod weer, uitgevaardigd door het bevoegde gezag. 2. De borden voor de tekens van deze categorie zijn cirkelvormig. 3. Behoudens voorzover betreft het teken II, A, 16 bedraagt de middellijn tenminste 60 centimeter voor het standaardformaat en tenminste 40 centimeter voor het verkleinde formaat. Voor de tekens II, A. 15, II, A. 17, II, A. 18, II, B. 1 en II, B. 2, mag de middellijn tot 20 centimeter worden verminderd bij gebruik van tussentijdse tekens. 3. De tekens zijn aangebracht aan de wegzijde, waarlangs het verkeer, waarop zij betrekking hebben, nadert en zijn het verkeer tegemoet gewend. De tekens mogen aan de andere zijde van de weg worden herhaald. 5. De tekens zijn aangebracht in de onmiddellijke nabijheid van het punt, waar het verbod of gebod aanvangt of voortduurt. Niettemin mogen de tekens, welke een verbod tot afslaan weergeven of een verplichte richting aangeven, op passende afstand te voren worden aangebracht. 6. De hoogte der tekens bedraagt ten hoogste 2.20 meter en tenminste 60 centimeter.

Rechtspraak bij dit artikel