Krijgsgevangenen die bedienaars van een eredienst zijn, zonder aan hun eigen strijdkrachten als geestelijken verbonden te zijn geweest, zijn bevoegd, welke hun gezindte ook moge zijn, hun ambt vrijelijk onder hun geloofsgenoten uit te oefenen. Zij zullen te dien einde op dezelfde wijze worden behandeld als de door de gevangenhoudende Mogendheid aangehouden geestelijken. Zij mogen niet tot enige andere arbeid worden verplicht.
TITEL III › AFDELING II › HOOFDSTUK V
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955