Naar hoofdinhoud

Artikel III

Algemene voorschriften betreffende leningen en garanties

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 februari 1989

De middelen en de faciliteiten van de Bank worden uitsluitend ten behoeve van de leden gebruikt, waarbij naar billijkheid in gelijke mate rekening wordt gehouden met projecten voor ontwikkeling en projecten voor wederopbouw. Teneinde het herstel en de wederopbouw van de economieën van de leden te vergemakkelijken wier moederland zwaar verwoest is door vijandelijke bezetting of gevechtshandelingen, schenkt de Bank, bij het vaststellen van de voorwaarden en bepalingen van aan dergelijke leden verstrekte leningen, bijzondere aandacht aan het verlichten van de financiële last en het bespoedigen van de voltooiing van dat herstel en de wederopbouw. Ieder lid treedt uitsluitend via zijn ministerie van Financiën, centrale bank, egalisatiefonds of een andere soortgelijke financiële autoriteit in verbinding met de Bank, terwijl de Bank uitsluitend met of via dezelfde instanties met de leden in verbinding treedt. Het totaal uitstaande bedrag aan door de Bank verstrekte garanties, deelnemingen in leningen en directe leningen mag nimmer verhoogd worden, indien door een dergelijke verhoging het totaal honderd percent van het onaangetaste geplaatste kapitaal, reserves en surplus van de Bank te boven zou gaan. De Bank kan leningen garanderen, erin deelnemen of zelf verstrekken aan elk lid of staatkundig onderdeel daarvan en aan iedere handels-, industrie- of landbouwonderneming op het grondgebied van een lid, onder de volgende voorwaarden: Dat, wanneer het lid op wiens grondgebied het project gelegen is, niet zelf de lening opneemt, het lid of de centrale bank of een vergelijkbare instantie van het lid die voor de Bank aanvaardbaar is, de terugbetaling van de hoofdsom en de betaling van de renten en andere kosten van de lening ten volle garandeert. Dat de Bank overtuigd is dat de kredietnemer onder de bestaande marktverhoudingen niet in staat zou zijn de lening op andere wijze op te nemen onder voorwaarden die naar de mening van de Bank voor de kredietnemer redelijk zijn. Dat een bevoegde commissie, als voorzien in artikel V, sectie 7, een schriftelijk rapport heeft ingediend, waarin het project, na een zorgvuldig onderzoek van de merites van het voorstel, aanbevolen wordt. Dat de rentevoet en andere kosten naar de mening van de Bank redelijk zijn en deze rente, kosten en het plan van aflossing van de hoofdstom bij het project passen. Dat de Bank bij het verstrekken of garanderen van een lening de nodige aandacht aan de vooruitzichten schenkt, dat de kredietnemer en, indien de kredietnemer geen lid is, dat de borg, in staat zal zijn zijn uit de lening voortvloeiende verplichtingen na te komen; en dat de Bank met beleid zal optreden, zowel in het belang van het desbetreffende lid op wiens grondgebied het project is gelegen, als in het belang van alle leden. Dat de Bank bij het garanderen van een door andere beleggers verstrekte lening een passende vergoeding voor haar risico ontvangt. Dat de door de Bank verstrekte of gegarandeerde leningen behalve onder bijzondere omstandigheden voor bepaalde projecten voor wederopbouw of ontwikkeling dienen. De Bank stelt niet als voorwaarde dat de opbrengst van een lening op de grondgebieden van een bepaald lid of bepaalde leden moet worden besteed. De Bank treft maatregelen om te verzekeren dat de opbrengst van iedere lening uitsluitend gebruikt wordt voor het doel waarvoor de lening verstrekt werd, waarbij de nodige aandacht wordt besteed aan economische en efficiënte overwegingen en zonder rekening te houden met politieke of andere niet-economische factoren of overwegingen. In het geval van door de Bank verstrekte leningen opent zij een rekening op naam van de kredietnemer en crediteert deze voor het bedrag van de lening in de valuta of valuta’s waarin de lening luidt. De Bank staat de kredietnemer uitsluitend toe ten laste van die rekening gelden op te nemen ten behoeve van uitgaven in verband met het project zodra deze daadwerkelijk moeten worden gedaan. De Bank kan aan de met haar verbonden Internationale Financieringsmaatschappij leningen verstrekken of leningen aan haar garanderen of erin deelnemen, die deze gebruikt voor het verstrekken van leningen. Het totale uitstaande bedrag van die leningen, garanties en deelnemingen, mag niet worden verhoogd indien op het moment of ten gevolge van die verhoging, het totale op dat ogenblik uitstaande bedrag van de schulden (waaronder begrepen verstrekte garanties) die genoemde maatschappij is aangegaan, een bedrag gelijk aan viermaal het oorspronkelijk geplaatste kapitaal en het surplus overschrijdt. De bepalingen van artikel III, secties 4 en 5, onderdeel c, en van artikel IV, sectie 3, zijn niet van toepassing op leningen, garanties en deelnemingen in leningen op grond van deze sectie. De Engelse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1945/318. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1946/278. De Overeenkomst is in werking getreden op 27 december 1945, zie Trb. 1956/154. De Overeenkomst is gewijzigd door Trb. 1966/212 en Trb. 1987/171.

Rechtspraak bij dit artikel