Naar hoofdinhoud

Artikel VI

Intrekking en schorsing van het lidmaatschap; opschorting van werkzaamheden

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 februari 1989

Ieder lid kan zich te allen tijde terugtrekken uit de Bank door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het hoofdkantoor van de Bank. De terugtrekking wordt van kracht op de datum van ontvangst van een dergelijke kennisgeving. Indien een lid tekortschiet in het nakomen van een van zijn verplichtingen tegenover de Bank, kan de Bank zijn lidmaatschap schorsen bij besluit van een meerderheid van de bestuurders, die een meerderheid van het totale aantal stemmen uitoefenen. Een op deze wijze geschorst lid houdt een jaar na de datum van zijn schorsing automatisch op lid te zijn, tenzij bij dezelfde meerderheid besloten wordt het lid in ere te herstellen. Zolang een lid geschorst is, is het niet gerechtigd tot uitoefening van enig recht ingevolge deze Overeenkomst, behalve het recht op terugtrekking, en blijft het gebonden aan alle verplichtingen. Ieder lid dat ophoudt lid van het Internationale Monetaire Fonds te zijn, houdt na drie maanden automatisch op lid van de Bank te zijn, tenzij de Bank er bij een meerderheid van drie vierde van het totale aantal stemmen mee instemt dat het lid blijft. Wanneer een regering ophoudt lid te zijn, blijft zij aansprakelijk voor haar directe verplichtingen en voor haar indirecte verplichtingen tegenover de Bank, zolang een deel van de leningen of garanties, die verstrekt werden voordat zij ophield lid te zijn, nog uitstaat. Zij wordt evenwel niet meer betrokken bij verplichtingen ten aanzien van leningen en garanties, die op een later tijdstip door de Bank verstrekt worden en deelt niet in de winsten of de onkosten van de Bank. Op het tijdstip waarop een regering ophoudt lid te zijn, treft de Bank als onderdeel van de vereffening van de rekeningen met een dergelijke regering maatregelen voor de terugkoop van haar aandelen in overeenstemming met het bepaalde in c en d hieronder. Voor dit doel zal de prijs waarvoor de aandelen teruggekocht worden, gelijk zijn aan de waarde die blijkt uit de boeken van de Bank op de dag waarop de regering ophoudt lid te zijn. Op de betaling van aandelen die krachtens deze sectie door de Bank teruggekocht zijn zijn de volgende voorwaarden van toepassing: Ieder bedrag dat aan de regering voor haar aandelen verschuldigd is, wordt ingehouden zolang de regering, haar centrale bank of een van haar instanties als kredietnemer of borg aansprakelijk blijft jegens de Bank en een dergelijk bedrag kan, naar keuze van de Bank, voor een dergelijke verplichting aangewend worden zodra deze vervalt. Geen bedrag wordt ingehouden uit hoofde van de verplichting van de regering, die voortvloeit uit haar intekening op aandelen krachtens artikel II, sectie 5, onder ii. In geen geval zal een bedrag dat aan een lid voor zijn aandelen verschuldigd is, eerder uitbetaald worden dan zes maanden na de datum waarop de regering opgehouden heeft lid te zijn. Betalingen voor aandelen kunnen van tijd tot tijd verricht worden bij inlevering van de betreffende aandelen door de regering in de mate waarin het bedrag verschuldigd als de in b hierboven bedoelde terugkoopprijs het totaal van de verplichtingen ten aanzien van leningen en garanties in c, i, hierboven te boven gaat, totdat het voormalig lid de volledige terugkoopprijs ontvangen heeft. Betalingen geschieden in de valuta van het land dat de betaling ontvangt, of naar keuze van de Bank, in goud. Indien de Bank verlies lijdt op een garantie, deelneming in leningen of lening die op de datum waarop de regering ophield lid te zijn, uitstond en het bedrag van een dergelijk verlies het totaal van de tegen verlies gevormde reserve op de datum waarop de regering ophield lid te zijn te boven gaat, is deze regering verplicht desgevraagd het bedrag terug te betalen waarmee de terugkoopprijs van haar aandelen verminderd zou zijn, indien met de verliezen rekening gehouden zou zijn toen de terugkoopprijs vastgesteld werd. Daarnaast blijft de regering als voormalig lid aansprakelijk voor iedere oproep tot voldoening van niet-gestorte inschrijvingen ingevolge artikel II, sectie 5, onder ii, tot het bedrag waarvoor het verzocht zou zijn op te komen, indien het kapitaalverlies en de oproep plaatsgevonden zouden hebben op het tijdstip waarop de terugkoopprijs van haar aandelen vastgesteld werd. Indien de Bank haar werkzaamheden voorgoed staakt ingevolge sectie 5, onderdeel b, van dit artikel binnen zes maanden na de datum waarop een regering ophoudt lid te zijn, worden alle rechten van deze regering vastgesteld ingevolge de bepalingen van sectie 5 van dit artikel. Bij onvoorziene omstandigheden kan het College van Bewindvoerders de werkzaamheden ten aanzien van nieuwe leningen en garanties tijdelijk opschorten in afwachting van een gelegenheid tot verder overleg en maatregelen van de Raad van Bestuur. De Bank kan bij meerderheid van de bestuurders die een meerderheid van het totale aantal stemmen uitoefenen haar werkzaamheden ten aanzien van nieuwe leningen en garanties voorgoed op te schorten. Na opschorting van de werkzaamheden beëindigt de Bank terstond alle werkzaamheden, behalve die welke nodig zijn voor het ordelijk te gelde maken, in stand houden en beschermen van haar activa en het vereffenen van haar schulden. De verplichting van alle leden uit hoofde van niet-gevorderde inschrijvingen op het aandelenkapitaal van de Bank en bij waardevermindering van hun valuta’s, blijft bestaan totdat alle vorderingen van crediteuren, daarbij inbegrepen alle voorwaardelijke vorderingen, voldaan zijn. Alle crediteuren die directe vorderingen bezitten, worden betaald uit de activa van de Bank en vervolgens uit de aan de Bank verrichte betalingen na vordering van niet-betaalde inschrijvingen. Voordat betaling aan crediteuren die directe vorderingen bezitten plaatsvindt, treffen de bewindvoerders de naar hun mening nodige maatregelen om een uitkering aan de houders van voorwaardelijke vorderingen te verzekeren vergelijkbaar met die aan crediteuren die directe vorderingen bezitten. Geen uitkering wordt verricht aan leden uit hoofde van hun inschrijving op het aandelenkapitaal van de Bank, voordat: alle verplichtingen jegens de crediteuren vereffend of geregeld zijn; en een meerderheid van de bestuurders die een meerderheid van het totale aantal stemmen uitoefenen, besloten heeft tot uitkering over te gaan. Nadat besloten is over te gaan tot uitkering ingevolge e hierboven, kunnen de bewindvoerders met een meerderheid van twee derde van het totale aantal stemmen opeenvolgende uitkeringen ten laste van de activa van de Bank aan leden verrichten totdat de activa geheel verdeeld zijn. Voorwaarde voor deze uitkering is dat voorafgaand alle uitstaande vorderingen van de Bank op ieder lid vereffend zijn. Voordat uitkering van de activa plaatsvindt, stellen de bewindvoerders het evenredige aandeel daarin van ieder lid vast naar rato van zijn aandelenbezit tot het totale aantal uitstaande aandelen van de Bank. De bewindvoerders hanteren de waarde die gold op de datum van de uitkering als de waarde van de uit te keren activa en gaan bij de verdeling als volgt te werk: Aan ieder lid wordt in zijn eigen schuldbekentenissen, of die van zijn officiële instanties of rechtspersonen op zijn grondgebied, voor zover deze voor verdeling beschikbaar zijn, een bedrag uitbetaald, gelijk in waarde aan zijn evenredig aandeel in het totaal uit te keren bedrag. Enig saldo dat aan een lid verschuldigd blijft nadat betaling ingevolge i hierboven heeft plaatsgevonden, wordt betaald in zijn eigen valuta, voor zover deze door de Bank gehouden wordt, tot een bedrag dat qua waarde gelijk is aan dat saldo. Enig saldo dat aan een lid verschuldigd blijft nadat betaling onder i en ii hierboven heeft plaatsgevonden, wordt betaald in goud of een voor het lid aanvaardbare valuta, voor zover deze door de Bank gehouden wordt, tot een bedrag dat qua waarde gelijk is aan dat saldo. Alle overblijvende activa die door de Bank worden gehouden worden nadat betaling aan de leden ingevolge i, ii en iii hierboven is geschied, pro rata verdeeld onder de leden. Ieder lid, dat ingevolge h hierboven door de Bank verdeelde activa ontvangt, oefent ten aanzien van deze activa dezelfde rechten uit als de Bank voorafgaand aan de verdeling uitoefende. De Engelse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1945/318. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1946/278. De Overeenkomst is in werking getreden op 27 december 1945, zie Trb. 1956/154. De Overeenkomst is gewijzigd door Trb. 1966/212 en Trb. 1987/171.

Rechtspraak bij dit artikel