De Bank heeft een Raad van Bestuur, een College van Bewindvoerders, een President en de andere ambtenaren en employés die nodig zijn om de werkzaamheden te verrichten die de Bank kan vaststellen.
Alle bevoegdheden van de Bank berusten bij de Raad van Bestuur, die bestaat uit een bestuurder en een plaatsvervanger per lid die op een door hem te bepalen wijze worden benoemd. Iedere bestuurder en iedere plaatsvervanger bekleedt zijn ambt voor een periode van vijf jaar, mits het lid dat hem benoemt hem handhaaft en kan herkozen worden. Een plaatsvervanger heeft geen stemrecht, behalve bij afwezigheid van zijn principaal. De Raad kiest een van de bestuurders tot voorzitter.
De Raad van Bestuur kan het College van Bewindvoerders de bevoegdheid overdragen al zijn rechten uit te oefenen, behalve de bevoegdheid:
nieuwe leden toe te laten en de voorwaarden van hun toelating vast te stellen;
het aandelenkapitaal te verhogen of te verlagen;
een lid te schorsen;
te beslissen omtrent beroepen naar aanleiding van interpretaties van deze Overeenkomst door het College van Bewindvoerders;
regelingen te treffen voor samenwerking met andere internationale organisaties (andere dan niet-officiële regelingen van tijdelijke en administratieve aard);
te besluiten de werkzaamheden van de Bank voorgoed te staken en haar activa te verdelen;
de verdeling van de nettowinst van de Bank vast te stellen.
De Raad van Bestuur houdt een jaarlijkse vergadering en de andere vergaderingen die de Raad nodig acht of door het College van Bewindvoerders bijeengeroepen worden. Bewindvoerders roepen vergaderingen van de Raad bijeen, wanneer daarom verzocht wordt door vijf leden of door leden die een vierde van het totale aantal stemmen bezitten.
Het quorum voor een vergadering van de Raad van Bestuur bestaat uit een meerderheid van de bestuurders die ten minste twee derde van het totale aantal stemmen bezitten.
De Raad van Bestuur kan bij reglement een procedure vaststellen waarbij het College van Bewindvoerders, wanneer het dit in het belang van de Bank acht, om een beslissing van de bestuurders betreffende een bepaald vraagstuk kan verzoeken, zonder daarvoor een vergadering van de Raad bijeen te roepen.
De Raad van Bestuur en, voor zover daartoe gemachtigd, het College van Bewindvoerders, kunnen de voorschriften en regelingen aannemen die nodig of relevant zijn voor de werkzaamheden van de Bank.
Bestuurders en plaatsvervangers nemen hun functies als zodanig waar zonder een vergoeding van de Bank, maar de Bank geeft hun een redelijke vergoeding voor de kosten die zij gemaakt hebben om de vergaderingen bij te wonen.
De Raad van Bestuur stelt de aan de bewindvoerders te betalen beloning en het salaris en de voorwaarden van het arbeidscontract van de President vast.
Het aantal stemmen van elk lid is gelijk aan de som van zijn basisstemmen en de stemmen gerelateerd aan zijn aandelenbezit.
De basisstemmen van elk lid zijn het aantal stemmen dat voortvloeit uit de gelijke verdeling onder alle leden van 5,55 procent van het totale aantal stemmen van alle leden, met dien verstande dat er geen gedeelde basisstemmen zijn.
het aantal stemmen gerelateerd aan het aandelenbezit van elk lid is het aantal stemmen dat voortvloeit uit de toewijzing van een stem per kapitaalaandeel.
Tenzij uitdrukkelijk anders voorzien, worden alle besluiten van de Bank genomen bij meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen.
Het College van Bewindvoerders is verantwoordelijk voor de leiding van de algemene werkzaamheden van de Bank en oefent alle bevoegdheden uit die door de Raad van Bestuur aan het College overgedragen zijn.
Er zijn twaalf bewindvoerders, die geen bestuurders hoeven te zijn, waarvan er:
vijf benoemd worden en wel door ieder van de vijf leden met het grootste aantal aandelen;
zeven gekozen worden overeenkomstig Schema B, door alle bestuurders, behalve degenen die door de onder i genoemde vijf leden benoemd zijn.
Voor deze paragraaf worden onder „leden” verstaan, de regeringen van de landen genoemd in Schema A, ongeacht of zij oorspronkelijke leden zijn of tot het lidmaatschap toetreden ingevolge artikel II, sectie I, onderdeel b. Indien de regeringen van andere landen tot het lidmaatschap toetreden, kan de Raad van Bestuur met een meerderheid van vier vijfde van het totale aantal stemmen het totaal aantal bewindvoerders vergroten door het aantal te kiezen bewindvoerders uit te breiden.
De bewindvoerders worden elke twee jaar benoemd of gekozen.
Iedere bewindvoerder benoemt een plaatsvervanger met de algehele bevoegdheid voor hem op te treden, wanneer hij niet aanwezig is. Ook wanneer de bewindvoerders die hen benoemen aanwezig zijn, kunnen hun plaatsvervangers de vergaderingen bijwonen doch zonder stemrecht.
Bewindvoerders blijven in functie totdat hun opvolgers benoemd of gekozen zijn. Indien de plaats van een gekozen bewindvoerder meer dan negentig dagen voor het einde van zijn ambtsperiode vacant wordt, wordt voor het resterende deel van de ambtsperiode een andere bewindvoerder gekozen door de bestuurders die de vorige bewindvoerder gekozen hebben. Voor de verkiezing is een meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Zolang de functie onvervuld blijft, oefent de plaatsvervanger van de vorige bewindvoerder zijn rechten uit, behalve het recht een plaatsvervanger te benoemen.
De bewindvoerders oefenen hun functies permanent uit op het hoofdkantoor van de Bank en vergaderen zo vaak als de werkzaamheden van de Bank dit vereisen.
Het quorum voor een vergadering van het College van Bewindvoerders bestaat uit een meerderheid van de bewindvoerders, die ten minste de helft van het totale aantal stemmen uitoefenen.
Iedere benoemde bewindvoerder is gerechtigd het aantal stemmen uit te brengen dat ingevolge sectie 3 van dit artikel aan het lid dat hem benoemt toegekend is. Iedere gekozen bewindvoerder is gerechtigd het aantal stemmen uit te brengen die hij bij zijn verkiezing op zich verenigd zag. Alle stemmen die een bewindvoerder gerechtigd is uit te brengen, worden als één geheel uitgebracht.
De Raad van Bestuur stelt maatregelen vast, zodat leden die ingevolge b hierboven niet gerechtigd zijn een bewindvoerder te benoemen, iedere vergadering van het College van Bewindvoerders door een vertegenwoordiger kunnen doen bijwonen, waarin beraadslaagd wordt over een verzoek van dat lid of een vraagstuk waarbij het nauw betrokken is.
De bewindvoerders kunnen, wanneer zij dit raadzaam achten, commissies benoemen. Het lidmaatschap van die commissies behoeft niet beperkt te blijven tot bestuurders, bewindvoerders of hun plaatsvervangers.
Het College van Bewindvoerders benoemt een President, die geen bestuurder, bewindvoerder of plaatsvervanger is. De President is voorzitter van het College van Bewindvoerders, maar heeft geen stemrecht, behalve een beslissende stem bij het staken van de stemmen. Hij kan deelnemen aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur, maar brengt geen stem uit in deze vergaderingen. De President treedt af wanneer het College van Bewindvoerders daartoe besluit.
De President staat aan het hoofd van het personeel van de Bank en leidt de dagelijkse werkzaamheden van de Bank volgens de aanwijzingen van het College van Bewindvoerders. Onder het algemeen toezicht van het College van Bewindvoerders is hij verantwoordelijk voor de organisatie, de benoeming en het ontslag van de ambtenaren en het personeel.
De President, ambtenaren en het personeel van de Bank staan bij het uitoefenen van hun functies uitsluitend in dienst van de Bank en van geen enkele andere autoriteit. Ieder lid van de Bank eerbiedigt de internationale aard van deze dienstbetrekking en onthoudt zich van elke poging de President, ambtenaren of het personeel bij de uitoefening van hun functie te beïnvloeden.
Bij het benoemen van de ambtenaren en het personeel houdt de President rekening met het primaire belang van het verzekeren van een zo hoog mogelijk peil van efficiency en technische bekwaamheid, en besteedt hij tevens de nodige aandacht aan het belang het personeel op een zo uitgebreid mogelijke geografische basis samen te stellen.
Er is een Raad van Advies van ten minste zeven personen gekozen door de Raad van Bestuur, waaronder vertegenwoordigers van bank-, handels-, industriële, arbeids- en landbouwbelangen uit zoveel mogelijk landen. Op de terreinen waarvoor gespecialiseerde internationale organisaties bestaan, worden de leden van de Raad die deze terreinen vertegenwoordigen gekozen in overleg met de betreffende organisaties. De Raad dient de Bank van advies bij aangelegenheden van algemeen beleid. De Raad vergadert jaarlijks en bij andere gelegenheden wanneer de Bank daarom verzoekt.
Raadsleden bekleden hun ambt voor een periode van twee jaar en kunnen herbenoemd worden. Zij ontvangen een redelijke vergoeding voor de kosten die zij ten behoeve van de Bank gemaakt hebben.
De commissies, die moeten rapporteren over de leningen ingevolge artikel III, sectie 4, worden door de Bank benoemd. Tot elk van deze commissies behoren een deskundige benoemd door de bestuurder die het lid vertegenwoordigt op wiens grondgebied het project gelegen is en een of meer leden van het technische personeel van de Bank.
De Bank werkt binnen de voorwaarden van deze Overeenkomst samen met iedere algemene internationale organisatie en openbare internationale organisaties met specifieke verantwoordelijkheden op aanverwante terreinen. Iedere regeling voor een dergelijke samenwerking die aanpassing van een bepaling van deze Overeenkomst met zich mee zou brengen, mag slechts getroffen worden na wijziging van deze Overeenkomst ingevolge artikel VIII.
Bij het beslissen omtrent aanvragen van leningen of garanties die aangelegenheden betreffen die direct onder de bevoegdheid van een internationale organisatie van de in de voorgaande paragraaf omschreven types vallen en waarbij primair de leden van de Bank betrokken zijn, houdt de Bank rekening met de meningen en aanbevelingen van deze organisatie.
Het hoofdkantoor van de Bank is gevestigd op het grondgebied van het lid dat het grootste aantal aandelen bezit.
De Bank kan agentschappen of bijkantoren vestigen op het grondgebied van een lid van de Bank.
De Bank kan districtskantoren vestigen en van ieder districtskantoor de plaats van vestiging en de daaronder ressorterende gebieden vaststellen.
Ieder districtskantoor wordt geadviseerd door een districtsraad die het gehele gebied vertegenwoordigt en op een door de Bank vast te stellen wijze wordt gekozen.
Ieder lid wijst zijn centrale bank aan als plaats van deponering voor het totale bezit van de Bank aan zijn valuta, of het wijst, indien het geen centrale bank heeft, een andere instelling aan die voor de Bank aanvaardbaar is.
De Bank kan andere activa, met inbegrip van goud, in bewaring geven bij de plaatsen van deponering, die aangewezen zijn door de vijf leden met het grootste aantal aandelen en op andere aangewezen plaatsen van deponering, die de Bank kan kiezen. Aanvankelijk wordt ten minste de helft van het goudbezit van de Bank bewaard op de plaats van deponering aangewezen door het lid op het grondgebied waarvan de Bank haar hoofdkantoor heeft en ten minste 40 percent op de plaatsen van deponering aangewezen door de overige hierboven aangeduide vier leden, waarbij op ieder van dergelijke plaatsen van deponering aanvankelijk niet minder gehouden zal worden dan het bedrag aan goud dat gestort werd op de aandelen van het lid dat de plaats van deponering aanwees. Alle overdrachten van goud door de Bank worden echter verricht met inachtneming van de transportkosten en verwachte behoeften van de Bank. In onvoorziene omstandigheden kan het College van Bewindvoerders het geheel of een deel van het goudbezit van de Bank overbrengen naar een plaats waar het doeltreffend beschermd kan worden.
De Bank aanvaardt van ieder lid in plaats van een deel van de eigen valuta van het lid, dat ingevolge artikel II, sectie 7, onder i, of voor betaling van aflossingen voor in die valuta verstrekte leningen aan de Bank betaald wordt en dat de Bank niet voor haar werkzaamheden nodig heeft, promessen of gelijksoortige schuldbekentenissen, uitgegeven door de regering van het lid of door de instantie van deponering, die door het lid is aangewezen. Deze waardepapieren zijn niet verhandelbaar, dragen geen rente en zijn op zicht a pari betaalbaar door creditering van de rekening van de Bank bij de aangewezen instantie van deponering.
De Bank publiceert een jaarverslag met een door accountants gecertificeerde balans en winst- en verliesrekening en verstrekt haar leden met tussenpozen van drie maanden of korter een beknopt overzicht van haar financiële positie alsmede een opgave van winst en verlies waaruit het resultaat van haar werkzaamheden blijkt.
De Bank kan andere verslagen publiceren die zij voor de vervulling van haar doelstellingen wenselijk acht.
Aan de leden worden afschriften verstrekt van alle verslagen, berichten en publicaties die krachtens deze sectie worden uitgegeven.
De Raad van Bestuur stelt jaarlijks vast welk deel van de nettowinst van de Bank, na voorziening van de reserves, aan het surplus toegewezen zal worden en welk gedeelte eventueel zal worden uitgekeerd.
Indien een deel uitgekeerd wordt, wordt als eerste betaling ten opzichte van de verdeling voor een jaar aan ieder lid een niet-cumulatief bedrag tot twee percent betaald, op basis van het gedurende het jaar gemiddeld uitstaande bedrag aan leningen ingevolge artikel IV, sectie 1, onderdeel a, onder i, uit de valuta overeenkomend met de inschrijving van het betrokken lid. Indien als eerste betaling twee percent uitgekeerd wordt, wordt het saldo dat voor uitkering overblijft, aan alle leden uitbetaald naar rato van hun aandelenbezit. De betalingen aan ieder lid vinden plaats in zijn eigen valuta of, indien deze valuta niet beschikbaar is, in een andere voor het lid aanvaardbare valuta. Indien dergelijke betalingen in andere valuta dan die van het lid zelf plaatsvinden, kan de overdracht en het gebruik van die valuta door het lid dat deze ontvangt, na betaling niet beperkt worden door de leden.
Artikel V
Organisatie en beheer
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 27 juni 2012