Naar hoofdinhoud
1. De in dit artikel en in artikel 29 aan “de Commissie” opgedragen taken worden uitgevoerd door de Stuurgroep inzake bio-ethiek (CDBI) (hierna te noemen “de Commissie”), of door een andere daartoe door het Comité van Ministers aangewezen commissie. 2. Onverminderd de bijzondere bepalingen van artikel 29 mag elke Lidstaat van de Raad van Europa, alsmede elke Partij bij dit Verdrag die geen Lidstaat is van de Raad van Europa, worden vertegenwoordigd en één stem hebben in de Commissie, wanneer de Commissie de ingevolge dit Verdrag aan haar opgedragen taken verricht. 3. Alle in artikel 33 bedoelde Staten of Staten die worden uitgenodigd tot het Verdrag toe te treden overeenkomstig de bepalingen van artikel 34 die geen Partij zijn bij dit Verdrag, kunnen in de Commissie worden vertegenwoordigd door een waarnemer. Indien de Europese Gemeenschap geen Partij is, kan de Gemeenschap in de Commissie worden vertegenwoordigd door een waarnemer. 4. Teneinde de wetenschappelijke ontwikkelingen op de voet te volgen, wordt dit Verdrag door de Commissie getoetst uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan en nadien met door de Commissie vast te stellen tussenpozen. 5. Ieder voorstel tot wijziging van dit Verdrag, en ieder voorstel voor een Protocol of wijziging van een Protocol, ingediend door een Partij, de Commissie of het Comité van Ministers, wordt aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa medegedeeld en door hem gezonden aan de Lidstaten van de Raad van Europa, aan de Europese Gemeenschap, aan iedere ondertekenaar, aan iedere Partij, aan iedere Staat uitgenodigd dit Verdrag te ondertekenen overeenkomstig de bepalingen van artikel 33 en aan iedere Staat uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden overeenkomstig de bepalingen van artikel 34. 6. De Commissie bestudeert het voorstel niet eerder dan twee maanden nadat het overeenkomstig het vijfde lid door de Secretaris-Generaal is verzonden. De Commissie legt de tekst, aangenomen met een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen, ter goedkeuring voor aan het Comité van Ministers. Na de goedkeuring van de tekst, wordt deze aan de Partijen gezonden voor bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. 7. Ten aanzien van de Partijen die een wijziging hebben aanvaard, treedt deze in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum waarop vijf Partijen, waarvan er ten minste vier Lidstaat van de Raad van Europa moeten zijn, de Secretaris-Generaal ervan in kennis hebben gesteld dat zij de wijziging hebben aanvaard. Ten aanzien van iedere Partij die de wijziging op een later tijdstip aanvaardt, treedt de wijziging in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum waarop die Partij de Secretaris-Generaal in kennis heeft gesteld van haar aanvaarding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel