Naar hoofdinhoud
1. Dit Verdrag is opengesteld voor ondertekening door de Lidstaten van de Raad van Europa, door de niet-Lidstaten die aan de opstelling ervan hebben meegewerkt en door de Europese Gemeenschap. 2. Dit Verdrag moet worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. 3. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop vijf Staten, waarvan er ten minste vier Lidstaat van de Raad van Europa moeten zijn, te kennen hebben gegeven dat zij ermee instemmen door het Verdrag te worden gebonden overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid van dit artikel. 4. Ten aanzien van iedere Ondertekenaar die nadien te kennen geeft dat hij ermee instemt door het Verdrag te worden gebonden, treedt het in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Rechtspraak bij dit artikel