**(1).** Deze Conventie is van toepassing op alle werken, die op het ogenblik van haar inwerkingtreding nog niet gemeengoed zijn geworden in het Land van herkomst ten gevolge van het verstrijken van de beschermingsduur.
**(2).** Indien echter een werk, ten gevolge van het verstrijken van de beschermingsduur, die daaraan vroeger was toegekend, gemeengoed is geworden in het Land waar de bescherming wordt ingeroepen, zal het daar niet opnieuw worden beschermd.
**(3).** De toepassing van dit beginsel geschiedt overeenkomstig de bepalingen vervat in reeds bestaande of te dien einde tussen Landen van het Verbond te sluiten bijzondere verdragen. Bij gebreke van dergelijke bepalingen regelen de onderscheidene Landen, ieder voor zover het hem aangaat, de wijze van toepassing van dit beginsel.
**(4).** De voorgaande bepalingen zijn gelijkelijk van toepassing in geval van nieuwe toetredingen tot het Verbond en in het geval, dat de bescherming mocht worden uitgebreid door toepassing van artikel 7 of door het prijsgeven van voorbehouden.
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 7 januari 1973