Naar hoofdinhoud
(1). De auteurs die, niet tot een van de Landen van het Verbond behorende, hun werken voor het eerst openbaar maken in een der Landen van het Verbond, genieten in dat Land dezelfde rechten als de nationale auteurs, en in de andere Landen van het Verbond de rechten door deze Conventie toegekend. (2). Echter zal, indien een Land dat niet tot het Verbond behoort, de werken van auteurs die onderdanen zijn van een der Landen van het Verbond niet voldoende beschermt, dat laatste Land de bescherming kunnen beperken van werken, waarvan de auteurs, op het ogenblik der eerste openbaarmaking van die werken, onderdanen zijn van dat andere Land en niet werkelijk gevestigd zijn in een der Landen van het Verbond. Indien het Land van eerste openbaarmaking van deze bevoegdheid gebruik maakt, zijn de andere Landen van het Verbond niet gehouden aan de werken, die aldus aan een bijzondere behandeling zijn onderworpen, een ruimere bescherming toe te kennen dan die, welke hun in het Land van eerste openbaarmaking wordt toegekend. (3). Geen krachtens het vorige lid opgelegde beperking zal de rechten mogen verkorten die een auteur mocht hebben verkregen op een werk dat vóór de toepassing van die beperking in een der Landen van het Verbond is openbaar gemaakt. (4). De Landen van het Verbond, die krachtens dit artikel de bescherming van de rechten der auteurs beperken, moeten daarvan aan de Regering van de Zwitserse Bondsstaat kennis geven door een schriftelijke verklaring, waarin moeten worden aangegeven de Landen tegenover welke de bescherming wordt beperkt, evenals aan welke beperkingen de rechten van de tot die Landen behorende auteurs zijn onderworpen. De Regering van de Zwitserse Bondsstaat zal dit dadelijk ter kennis van alle Landen van het Verbond brengen.

Rechtspraak bij dit artikel