Naar hoofdinhoud

Artikel III

Artikel III

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Regering van de Libanese Republiek inzake luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 3 augustus 1951

Teneinde elke bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen, als volgt: Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten billijke en redelijke tarieven opleggen of toestemming geven tot het opleggen daarvan. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt echter op zich, dat deze tarieven niet hoger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van genoemde luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen, gebezigd op soortgelijke internationale diensten. Op de motorbrandstoffen, smeeroliën en reservedelen, ingevoerd in of aan boord genomen van luchtvaartuigen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door de andere Overeenkomstsluitende Partij of door haar onderdanen en uitsluitend bestemd voor het gebruik door luchtvaartuigen van deze laatste, zal door de Overeenkomstsluitende Partij, op wier grondgebied het luchtvaartuig zal zijn binnengekomen, voor wat betreft het heffen van douanerechten, inspectiekosten of andere nationale rechten en tarieven, de nationale regeling of de regeling geldende voor andere vreemde luchtvaartondernemingen worden toegepast. De luchtvaartuigen van de overeengekomen diensten, de voorraden van motorbrandstoffen, smeeroliën, reservedelen, de gewone uitrustingsstukken en het proviand, welke aan boord blijven van de burgerlijke luchtvaartuigen van de luchtvaartondernemingen van de Overeenkomstsluitende Partijen, die gerechtigd zijn de in de Bijlage omschreven luchtlijnen en diensten te onderhouden, zullen bij hun aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij hun vertrek daaruit vrijgesteld zijn van douanerechten, inspectiekosten of andere soortgelijke rechten of belastingen, zelfs wanneer deze voorraden door deze luchtvaartuigen zouden worden gebruikt of verbruikt bij vluchten boven dat grondgebied. De aldus vrijgestelde goederen mogen slechts worden gelost met goedkeuring van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Zij zullen tot hun wederuitvoer onder toezicht van de douane moeten blijven. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 7 juli 2006 zal, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met bijlagen, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/107). Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 7 juli 2006 zal, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met bijlagen, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/107).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel