De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van bevoegdheid en de vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de in de Bijlage opgesomde luchtlijnen en -diensten. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied, de erkenning van de bewijzen van bevoegdheid en vergunningen, door een andere Staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 7 juli
2006 zal, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met bijlagen, wordt
verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit
worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten
van de Europese Unie (Trb. 2019/107).
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 7 juli
2006 zal, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met bijlagen, wordt
verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit
worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten
van de Europese Unie (Trb. 2019/107).
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Regering van de Libanese Republiek inzake luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 3 augustus 1951