Naar hoofdinhoud

DEEL VI › PARAGRAAF III

Artikel 77

Artikel 77

Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949

1. De eigendommen van Italië en Italiaanse onderdanen in Duitsland zullen vanaf het van kracht worden van dit Verdrag niet langer als vijandelijk bezit beschouwd worden, terwijl alle beperkingen, waaraan die eigendommen als zodanig onderworpen waren, worden opgeheven. 2. Herkenbare eigendommen van Italië of Italiaanse onderdanen, welke met geweld of onder dwang door de Duitse strijdkrachten of autoriteiten uit Italiaans gebied na 3 September 1943 naar Duitsland werden weggevoerd, komen in aanmerking voor teruggave. 3. Herstel van eigendomsrechten en teruggave van Italiaanse eigendommen in Duitsland zullen plaats hebben overeenkomstig de maatregelen, door de Mogendheden, die Duitsland bezetten, te nemen. 4. Behoudens deze maatregelen en alle andere te nemen door de Mogendheden, die Duitsland bezetten, ten gunste van Italië en Italiaanse onderdanen, doet Italië in naam van zich zelf en van de Italiaanse onderdanen afstand van alle op 8 Mei 1945 bestaande vorderingen op Duitsland en Duitse onderdanen, behalve van die, welke zijn ontstaan uit overeenkomsten en andere verbintenissen, alsmede rechten, welke vóór 1 September 1939 waren aangegaan of verkregen. Deze afstand wordt geacht eveneens van toepassing te zijn op alle schuldvorderingen, alle inter-gouvernementale vorderingen, voortvloeiende uit overeenkomsten, gesloten tijdens de oorlog en alle vorderingen wegens verlies of schade gedurende de oorlog ontstaan. 5. Italië verbindt zich alle nodige maatregelen te treffen, teneinde de overdracht te vergemakkelijken van Duits bezit in Italië, welke mogelijkerwijs zullen worden voorgeschreven door die bezettende Mogendheden in Duitsland, die de bevoegdheid hebben over dat bezit te beschikken.

Rechtspraak bij dit artikel