Naar hoofdinhoud

DEEL VI › PARAGRAAF III

Artikel 76

Artikel 76

Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949

1. Italië doet afstand van alle aanspraken van welke aard ook, welke de Italiaanse Regering of Italiaanse onderdanen tegenover de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden zouden kunnen doen gelden als een direct gevolg van de oorlog of van handelingen in verband met het bestaan van een staat van oorlog in Europa na 1 September 1939, onverschillig of de Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid alsdan al dan niet met Italië in oorlog was. Hieronder vallen: Aanspraken wegens verlies of schade geleden tengevolge van verrichtingen van de strijdkrachten of autoriteiten der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden; Aanspraken, voortspruitend uit de tegenwoordigheid, krijgsverrichtingen of handelingen van de strijdkrachten of autoriteiten der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden op Italiaans grondgebied; Aanspraken, welke betrekking hebben op de besluiten of beschikkingen van de prijsgerechten van de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden; Italië verbindt zich alle besluiten en beschikkingen, welke die prijsgerechten op of na 1 September 1939 hebben uitgevaardigd, betreffende Italiaanse schepen en goederen of betaling van kosten, als geldig en bindend te erkennen; Aanspraken, voortspruitend uit de uitoefening van de rechten der oorlogvoerenden of uit maatregelen, welke de uitoefening van die rechten ten doel hebben. 2. De bepalingen van dit artikel zullen volledig en definitief alle daarin beoogde en diensvolgens vervallen aanspraken uitsluiten, welke ook de partijen mogen zijn, welke daarbij zijn betrokken. De Italiaanse Regering verplicht zich een billijke schadevergoeding in lires te betalen aan hen, die, krachtens vordering, goederen hebben verschaft aan of diensten hebben verricht voor de strijdkrachten der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden op Italiaans gebied, alsmede aan hen, die vorderingen hebben op de strijdkrachten der Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden wegens op Italiaans gebied geleden schade, welke niet door oorlogshandelingen ontstaan is. 3. Italië doet eveneens in naam van de Italiaanse Regering en de Italiaanse onderdanen afstand van alle aanspraken, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, tegenover die Verenigde Natie, welke de diplomatieke betrekkingen met Italië heeft verbroken en in samenwerking met de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden maatregelen heeft genomen. 4. De Italiaanse Regering zal volledige verantwoordelijkheid aanvaarden voor alle Geallieerde militaire betaalmiddelen, welke door de Geallieerde militaire autoriteiten in Italië in omloop zijn gebracht, alsmede voor het militaire geld, dat bij het van kracht worden van dit Verdrag in omloop is. 5. De aanspraken, waarvan Italië krachtens lid 1 van dit artikel afstand doet, omvatten al die aanspraken, welke voortspruiten uit de maatregelen, welke tussen 1 September 1989 en het van kracht worden van dit Verdrag door een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden ten opzichte van Italiaanse schepen genomen zijn, alsmede alle aanspraken en schuldvorderingen, voortvloeiende uit de Verdragen betreffende krijgsgevangenen, welke thans van kracht zijn. 6. De bepalingen van dit artikel worden niet geacht de eigendomsrechten aan te tasten ten aanzien van de onderzeese kabels, welke bij het uitbreken van de oorlog het eigendom waren van de Italiaanse Regering of Italiaanse onderdanen. De toepassing van artikel 79 en bijlage XIV op onderzeese kabels wordt door dit lid echter niet verhinderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel