Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Regering van het Verenigd Koninkrijk betreffende Bepaalde Luchtdiensten· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 13 augustus 1946

(1). De kosten voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten, welke elke der overeenkomstsluitende partijen in rekening kan brengen of doen brengen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere overeenkomstsluitende partij, mogen niet hooger zijn dan die, welke voor het gebruik van zoodanige luchthavens en faciliteiten zouden worden betaald door haar nationale luchtvaartuigen, in gebruik op gelijksoortige internationale diensten. (2). Ten aanzien van motorbrandstof, smeerolie en reservedeelen, ingevoerd in of aan boord van luchtvaartuigen genomen op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen door of namens de door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) en uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de luchtvaartuigen van deze aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) wordt, voor wat betreft douanerechten, inspectiekosten of andere rechten, geheven door eerstgenoemde overeenkomstsluitende partij, een behandeling toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan de nationale luchtvaartmaatschappijen, welke zich bezig houden met internationaal luchtvervoer of aan de luchtvaartmaatschappij van de meest begunstigde natie. (3). Luchtvaartuigen, welke gebezigd worden op de overeengekomen diensten en voorraden aan motorbrandstof, smeerolie, reservedeelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord van de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van een overeenkomstsluitende partij blijven, zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of kosten, zelfs indien zoodanige voorraden door deze luchtvaartuigen bij vluchten binnen dat grondgebied worden verbruikt. De onder vorenbedoelde vrijstelling vallende goederen mogen slechts worden gelost met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere overeenkomstsluitende partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, zullen tot aan den wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.

Rechtspraak bij dit artikel