Geldige bewijzen van luchtwaardigheid en van geschiktheid, uitgereikt of geldig verklaard door een overeenkomstsluitende partij, worden voor wat de exploitatie van de overeengekomen diensten betreft, door de andere overeenkomstsluitende partij erkend. Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich echter het recht voor, voor vluchten boven zijn eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van geschiktheid, door een anderen Staat uitgereikt aan zijn eigen onderdanen, te weigeren.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Regering van het Verenigd Koninkrijk betreffende Bepaalde Luchtdiensten· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 13 augustus 1946