Geen bepaling van het Verdrag zal een der Verdragsluitende Regeringen beletten in de toekomst enige afzonderlijke overeenkomst te sluiten, met dien verstande, dat een zodanige later gesloten overeenkomst geen afbreuk doet aan de uit het Verdrag voortvloeiende rechten van de andere Verdragsluitende Regering, niet partij bij de later gesloten overeenkomst, of aan die van haar onderdanen.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 27 maart 1951