Naar hoofdinhoud
Indien de Verdragsluitende Regeringen niet tot overeenstemming zouden komen over de uitleg, de uitvoering of de toepassing van de bepalingen van het Verdrag, zal het geschilpunt of zullen de geschilpunten door middel van arbitrage worden beslist. Elke Verdragsluitende Regering zal een scheidsman benoemen binnen een maand na de datum, waarop een der Verdragsluitende Regeringen om arbitrage verzoekt. De beide benoemde scheidslieden zullen een derde aanwijzen. Indien dezen nalaten dit te doen binnen twee maanden nadat zij zelf hun benoeming hebben aangenomen, is elk van beide Verdragsluitende Regeringen gerechtigd de President van het Internationale Gerechtshof te verzoeken de derde scheidsman aan te wijzen. Indien een der Verdragsluitende Regeringen verzuimt binnen het hierboven aangegeven tijdsbestek een scheidsman te benoemen, is de andere Verdragsluitende Regering gerechtigd de President te verzoeken deze scheidsman aan te wijzen. De toepassing van Artikel 14 van het hieraan toegevoegde Aanhangsel zal niet aan arbitrage onderworpen kunnen worden. De scheidslieden zullen hun eigen procedureregels opstellen. De arbitragekosten zullen gelijkelijk door de Verdragsluitende Regeringen worden gedragen. De Verdragsluitende Regeringen komen overeen gebonden te zijn door iedere beslissing, genomen door de meerderheid der scheidslieden. Dezen zullen een oplossing formuleren in overeenstemming met de geest van dit Verdrag en van de Parijse Overeenkomst inzake Herstelbetalingen van 24 Januari 1946.

Rechtspraak bij dit artikel