Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 22 januari 1948

(1). De overeengekomen diensten kunnen onmiddellijk, dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn verleend, aanvangen, maar niet voordat de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn verleend, een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de aangegeven route of routes heeft aangewezen, en de overeenkomstsluitende partij, welke de rechten verleent, de passende exploitatievergunning heeft gegeven aan de betrokken luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen (hetgeen zij, behoudens het bepaalde in par. 2 van dit artikel en in artikel 7 zonder onnodig uitstel zal doen). (2). Van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen kan worden verlangd, dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partij, welke de rechten verleent, aantoont, dat zij in staat is (zijn) de voorwaarden na te komen, welke worden gesteld bij of krachtens de wetten en voorschriften, welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van commerciële luchtvaartmaatschappijen worden toegepast. (3). In gebieden, welke militair bezet zijn, of in gebieden, welke daarbij betrokken zijn, zal zulk een opening, waar nodig, onderworpen blijven aan de goedkeuring van de bevoegde militaire autoriteiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel