Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering en hun plaatsvervangers zullen vrijgesteld zijn van alle officiële ondervragingen en van arrestatie en gerechtelijke vervolging naar aanleiding van door hen gesproken woorden of door hen uitgebrachte stemmen in de uitoefening van hun functie.
TITEL V
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 10 september 1952