Wanneer loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die in een ander land dan dat, waar zij gewoonlijk verblijf houden, werkzaam zijn, krachtens het bepaalde bij artikel 3, tweede lid, onder a, van het Algemeen Verdrag onderworpen blijven aan de wettelijke regelingen van het land waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
De werkgever en de belanghebbenden regelen alle zaken met betrekking tot premiebetaling en uitkeringen rechtstreeks met de bevoegde Luxemburgse organen, wanneer het land waar zij gewoonlijk werkzaam zijn het Groothertogdom Luxemburg is, en met de bevoegde Nederlandse organen, wanneer het land waar zij gewoonlijk werkzaam zijn Nederland is.
Het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid reikt voor het Groothertogdom en de bevoegde verzekeringsorganen reiken voor Nederland aan ieder van de belanghebbenden een bewijs uit, dat de betrokkene onderworpen blijft aan de wetgeving inzake de sociale zekerheid van dat land.
Dat bewijs moet door de vertegenwoordiger van de werkgever in het andere land, indien er een zodanige vertegenwoordiger is, of anders door de arbeider zelf, worden getoond, in het Groothertogdom aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid, in Nederland aan de bevoegde verzekeringsorganen.
Wanneer een aantal arbeiders het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, tegelijkertijd verlaat met het doel om gezamenlijk in het andere land te gaan werken en om tegelijkertijd naar het eerste land terug te keren, kan met één bewijs voor alle arbeiders worden volstaan.
TITEL I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 8 juli 1950 tussen Nederland en het Groothertogdom Luxemburg gesloten Algemeen Verdrag inzake de sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1953