Wanneer een arbeider, die zich van het ene land naar het andere heeft begeven, een beroep op de voordelen van het Algemeen Verdrag moet doen om aanspraak te kunnen maken op uitkering bij ziekte en moederschap, wendt het orgaan van het land van zijn nieuwe plaats van tewerkstelling, bij hetwelk de uitkering is aangevraagd, zich zo nodig tot het bevoegde orgaan van het andere land, in het bijzonder met het oog op het verkrijgen van inlichtingen betreffende de tijdvakken van verzekering van de arbeider.
Lid 2 is geschorst per 1 november 1960, gedurende de looptijd van het Benelux-Verdrag (Trb. 1960/154).
TITEL II
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 8 juli 1950 tussen Nederland en het Groothertogdom Luxemburg gesloten Algemeen Verdrag inzake de sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1953